als leegte onze hoofden vult
brengt kilte
witgerijpte windstilte
in mijn gemoed
ik adem lucht,
te koud om te delen
en kijk gebroken door
bevroren hoornvlies
ijsknikkers als oogballen
smelten langzaam tranen
tot gesloten oogleden
slap in hun kassen hangen
grijsblauw kleurt
deze ijsdag
van dorre takken
die krakend zwijgen
nog, zal ik enkel wezen
tot lentelief de kou verzacht
verzet, gebroken opgegeven
diep verdoken in jouw wintervacht
Blos op 'n glimlachende mond
BeantwoordenVerwijderenze zwijgt uit gebrek aan taal
om sneeuw en kou te benoemen
en dan ontluikt strengheid
transparant in volle dooi
tot stille verrukking
naakt als ijs