zaterdag 16 oktober 2010

nooit meer


als de week verweekt,
nat van vergetelheid

als de zon belooft
wat ze niet waarmaken kan

als niemand nog wat vraagt
maar enkel  leegte  staart

dan,...
is daar telkens weer,

het begin
van opnieuw

het besef,...
van nooit meer

vrijdag 1 oktober 2010

Als je moe bent


als je moe bent
plooien je lippen liever,
kus ik je ogen zachter

als je moe bent
herken ik je zachtheid verder,
weet ik je liefde oprechter

als je moe bent
wil ik enkel slapen,
in jouw zachte vergetelheid

zaterdag 25 september 2010

Leedvermaak



De pantomine die zich in de gelederen van de open VLD in Antwerpen afspeelt , naar aanleiding van de meningsverschillen omtrent de "Lange Wapper-farce" heeft me uitermate vrolijk gemaakt.
Ik weet het, leedvermaak is de laagste vorm van volksvermaak, maar ik geef me al graag eens over aan platvloersheid. Ik ben van mening dat dit mezelf bij tijd en wijle terug met de voeten op de grond brengt.
In het "echte" leven durf ik al eens hoogdravend te worden. Ik berisp mezelf dan graag door me terug naar de aarde te bewegen en me dus over te geven aan de sensatiebelustheid die we allen ergens in ons meedragen.
Het drama van het "schoon verdiep" dus.
De hoofdrol spelers zijn gefundenes fressen voor een koningsdrama, karikaturaal als ze beiden zijn.
We hebben enerzijds Ludo Van Campenhout, de als het ware vleesgeworden liberaal-arrivist met achterovergekamd haar en verderlicht brilletje, 25 kilo te zwaar.
Zo'n man waarvoor je de deur geheid dichtgooit als hij met stofzuigers komt leuren omdat je op voorhand weet dat je bedrogen zal worden.
Anderzijds 'le beau garçon', Alexander De Croo, telg uit een nep-aristocratisch politiek geslacht dat zich al sinds jaar en dag tegen alles wat naar macht en adel ruikt aanschurkt. Deze laatste is veel sneller dan verwacht voorzitter geworden van zijn partij en ik kan me nooit van de indruk ontdoen dat hij het nog steeds zelf niet kan geloven.
Daarom knijpt hij zich op tijd en stond in de arm en test  zichzelf. Getuige hiervan de val van de laatste regering door zijn toedoen.
Maar dit was niet voldoende voor De Croo jr. Want je bent jong en je wilt wat. Ondertussen blijven die verdomde regeringsonderhandelingen maar aanslepen en is zijn partij gereduceerd tot een nulliteit in deze historische staatsgesprekken.
Dit kan Alexander natuurlijk moeilijk verteren. Tijd om zich nog eens op de onbehaarde schriele borst te roffelen. Het onderwerp is van ondergeschikt belang. De voorzitter zal nog eens tonen wie hier de baas is , zich hierdoor verzekerend van wat media aandacht.
Mijn hilariteit bereikte zijn hoogtepunt toen ik Van Campenhout doodgemoedereerd zag zwaaien met zijn lidkaart ( althans zo leek het, want ze was blauw, maar het kon evengoed een klantenkaart van een Delhaize geweest zijn, want we kregen ze nooit in close-up te zien.)
Hij tastte ogenschijnlijk onvoorbereid in zijn binnenzak toen men hem vroeg of hij nog lid kon blijven van zijn partij, na zijn halsstarrig weigeren om zich op de partijlijn te stellen. Tot zijn gespeelde verbazing vond hij warempel zijn lidkaart !
Of althans iets wat erop leek.
Kijk, dat vind ik nu mooie televisie. Zo'n oude krokodil die zijn neofiete baas even de mantel uitveegt.
Ik vermoed dat Alexander nog niet ten volle beseft wat Van Campenhout in Antwerpen vermag.
Deze icoon van het Antwerps liberalisme weet zich gesteund door een zeer groot aantal stemmen en heeft een perspectief op verdere politieke carriëre bij de NV-A.
Ik denk dat de jonge Croo-boy zal mogen uithuilen bij papa. Want zelf al lukt het hem Van Campenhout buiten de partij te stellen dan nog is dit slechts een Pyrrusoverwinning . De Croo heeft zichzelf hierdoor bloot gegeven en duidelijk gemaakt waarom hij in de politiek gegaan is.
Van Campenhout op zijn beurt ziet zich verzekerd van succes bij zijn achterban die massaal tegen de Lange Wapper stemde en wordt door de tegenstanders van de liberalen in  Antwerpen nu wel gezien als soliede partner in tegenstelling tot mister -pull the plug- De Croo.
In de kantlijn van dit vermakelijke schouwspel gedraagt de  schepen van financiën Bungeneers zich als doldraaiende windhaan die op 12 uur tijd 3 keer op zijn uitspraken terugkomt om te eindigen waar hij die dag mee begonnen was, namelijk : " dat de deur nog op een kier staat"
Ik kan nauwelijks wachten tot de deur wordt ingetrapt!


maandag 9 augustus 2010

Met slechts het geluid van de wind


Ik probeerde hard
jouw lot te bezegelen
met gelijmde stukken

ik wou een puzzel zijn,
onoplosbaar,
als belofte aan een geheel

ik hield het vermoeden van schoonheid,
angstvallig verborgen,
tot dat ene ogenblik

toen lichtheid mijn hart bezwaarde
omdat ik wist
dat ik je ooit kon verliezen

zaterdag 7 augustus 2010

Sexy MF

Als ik het geneuzel, gestuntel en gesukkel
van de mens ontwaar
denk ik ...
verdomme,
jij bent me toch wel een sexy motherfucker,
zowaar!

woensdag 14 juli 2010

Welcome to the machine

Gedachten tuimelden geruisloos uit zijn hoofd.
Ze vielen op een bodem van gebarsten huid waar ze bijna tastbaar werden.
Maar telkens hij ze wilde oprapen verdroogden ze lusteloos in een veel te hete zomerzon.
Ze zinderden doorheen de onbeweeglijke dagen van traag slepende weken
Meer dan slechts zuchtend ademen kon hij niet.
Wat zich voor hem uitstrekte was een teneergeslagen oneindigheid van  krampachtig gekoesterde illusies.
Hij wilde niets liever dan zijn jeugd terug aantrekken als een kleed van beloftes en onbeperkte mogelijkheden
Maar het was te klein voor de grootte van zijn verlangen.
Gedachten stierven zachtjes op hun bed van inbeelding waarop ze altijd al geslapen hadden
Waar was het allemaal heen?
Wie was hij onderweg verloren?
De tijd knaagt genadeloos verder en langzaam werd hij uitgehold , tot slechts omhulde leegheid zijn vorm bepaalde
Hij had het gezien.
De vrienden van weleer bleven achter
Het was de plaats waar ze thuis hoorden

donderdag 24 juni 2010

Vrouwelijk porselein

Beste Marianne,






Ik kon vannacht niet te best slapen. Nu is dat niet nieuw. Ik slaap de laatste tijd vrij slecht. Ik vermoed dat dit bij jou niet anders zal zijn geweest.

Zoiets schept een band vind ik.

Dan liggen we daar zo samen in ons bed , starend naar de donkere wanden, met een onheilspellend gevoel in onze buiken. Althans zo stel ik mij dat voor. Want dat samen liggen is natuurlijk maar virtueel.

Als ik wakker lig dan gaat mijn geest tollen. Ook dat is nogal klassiek durf ik denken.

Beelden flitsen doorheen mijn hoofd en zinnen die ik gezegd heb of had moeten zeggen formuleren zich welluidender dan ze ooit zouden klinken in de echte, wakkere wereld.

Ik ben dan vaak fier op mezelf, maar bijna even vaak beschaamd. Om de gemiste kansen, de onbehouwen opmerkingen, het gebrek aan subtiliteit, het egoïsme. ‘La condition humaine’, quoi!

Ik kan me daar bij jou niet veel bij voorstellen, Marianne.

Je lijkt me een voorname dame. Een beetje koket en misschien zelfs wat benepen als je het mij permitteert. Maar met oprechte inborst. Zo komt het mij toch voor.

En de indruk, is waar het om draait in het leven.

Ik weet dat je het zelf niet graag zal horen maar een boutade die ik al gaarne eens bezig is “ niet wie je bent, maar wie men denkt dat je bent is belangrijk”.

Ik vermoed dat jouw probleem net daar lag.

In de boze wereld, waartoe de politiek zeer zeker behoort wordt elke vorm van zwakheid bestraft. In verantwoordelijke functies is onzekerheid dodelijk. Wie onzeker is kan en mag dit daar niet tonen. Met excuses, als ik hier wat aanmatigend klink maar ik las de onzekerheid in je ogen en gebaren. Dit was geeneens verwonderlijk want men moest al van steen zijn om zelfverzekerd, met de resultaten van uw premier, de verkiezingsstrijd in te trekken. Er zijn nu eenmaal zaken die onverdedigbaar zijn geworden.

Vannacht voelde ik me sterk verbonden met jou. Jouw ontslag als voorzitster is een prachtig, weliswaar licht theatraal, gebaar. Je was moe gestreden , zo zei jezelf.

Ik vind dat knap. Mensen die toch nog breekbaarheid kunnen tonen. Met dit ene gebaar stelde je zowat de hele politieke scene ter discussie. Het journaille was er als de kippen bij om die ene uitspraak van jou omtrent jouw kandidatuur voor het premierschap – en ik zal hem hier niet herhalen, zo makkelijk wil ik het mezelf niet maken- keer op keer opnieuw te laten horen. Ik vroeg mij af waarom men die uitspraak zo belangrijk vond?

Lange nachtelijke reflectie bracht mij op het idee dat het hier ging om een ingebakken vorm van menselijke vernietigingsdrang. Jouw uitspraak had namelijk zwakte getoond. En zelfs de journalisten vonden dit gefundenes fressen.

Breekbaarheid is mooi, Marianne.

Ik hou niet van versterkte burchten met dikke muren die eeuwenlange soliditeit uitstralen. Geef mij maar de fragiliteit van een libelle, de transparantie van een oogopslag, het etherische van een sopranenstem.

Ik ben jouw politieke strekking niet genegen, maar dit gebeuren overstijgt de politiek.

Ik zag een mens die het geprobeerd heeft en die deemoedig het hoofd buigt voor de lelijkheid die haar omringt. Die met een symbolische daad een poging doet om een begin van genezing te bewerkstelligen. Een mens die zichzelf opoffert.

Opoffering is mooi. Het is een tegenatuurlijkheid die bewondering afdwingt.

Men gaat in tegen de programmatie van het ego.

Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik vermoed dat dit een hoofdzakelijk vrouwelijke eigenschap is. De zelfwaan van een man is veel te groot – en al zeker op dat niveau- om zichzelf in perspectief te plaatsen.

Je hebt de maatschappij een lesje geleerd, maar ik zou me niet teveel voorstellen bij het effect. Deze gemeenschap bewijst zichzelf telkens opnieuw hardleers.

Het is een les in nederigheid.

Je liet je verleiden een verkiezingsslogan te maken ‘nooit opgeven’ en ik moet zeggen dat ik die nooit heb geloofd. Het is trouwens een domme slogan.

Je hebt het nu zelf bewezen.

Soms moet je opgeven om terug mens te worden.

dinsdag 22 juni 2010

Gegroefd


dwars doorheen een uitgegomd hart
tekent zij potloodlijnen

Staedtler nummer twee
vers gescherpt

het kerft groeven
in zijn onbesproken blad

zelfs al krijgt hij haar zwarte krassen gewist
nog zullen ze voor altijd reliëf nalaten

donderdag 17 juni 2010

Altijd het verdriet

lentenasleep vervloeit in zomervloed

en ik lig roerloos in het gras

terwijl de zon matglas door de wolken straalt

staar ik gaten in de hemel



gedachten blazen zachtjes

rimpels in mijn rust

ze vormen golven

die breken tegen mijn gemoed



nergens is eenvoud omvattend

nooit is pijn ver weg

steeds blijft er,

altijd het verdriet

woensdag 16 juni 2010

Agnes of God


Ik zag ze op een foto in de krant toen ze werd weggevoerd in een politiewagen.
Dertien jaar lang had ze opgesloten gezeten wegens mededaderschap aan één van de gruwelijkste familiedrama’s ooit.
Men schreef dat ze haar intrek wou nemen in een Brugs klooster.
Een normaal leven leek uitgesloten en wie zou anders durven beweren?
De foto toont een knullig uitziende vrouw, met ouderwets coiffure en dito brilmontuur. Ze trachtte haar hoofd te verbergen voor de fotograaf.
Gebroken leven van een verbrijzelde ziel.
Ik kon niets anders dan mededogen voelen.
Gemanipuleerd en incestueus misbruikt werd ze meegesleept in de perversiteit van een dictatoriale machtswellusteling.
Ze was altijd een gevangene geweest van de gestoordheid van haar vader. Verstoken gebleven van enig normaal sociaal contact had ze zich vastgeklampt aan die ene zekerheid, zelfs al was die des duivels.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat ze zich  in de gevangenis misschien voor het eerst een beetje vrij heeft gevoeld.
Een klooster in Brugge…
Ik tracht me het beeld voor de geest te halen.
Troostende nonnen die zich over haar ontfermen, waardoor ze zichzelf in hun overtuiging bevestigd zien.
De afkeer voor de promiscuïteit van profanen.
Ik ruik de kale gangen waar slierten wierrook de 'Javel' geur verzachten.
Verdroogde geslachten en verdrongen gevoelens, verzameld in een koel gekoesterd anachronisme onder gewelfde plafonds en bloedende Christusbeelden.
De plek is voorbestemd om verschoppelingen te ontvangen.
Ik zie beelden van een abdijtuin met strak geschoren hagen en obscure kruiden waarin stille zwartkappen naarstig werken in de prille zomerzon. Agnes zit schraal op een stenen bank en haar bleke hazenlip trilt onmerkbaar samen met de tegen het zonlicht knipperende oogleden. De zusters fezelen religiositeiten.

'Agnes of God'.
Geknakte twijg, vertrappelde gevoeligheid, ontdaan van vrouwelijke oogopslag en zachtmoedig begrijpen. Ongemerkt monster geworden op haar verhakkelde levensweg, voor altijd verbonden met haar Duivel en haar God.
Demonische tweevuldigheid met hem die haar alles ontnam.

Het moge je goed gaan, Agnes. Voor zover dat nog kan.
Hopelijk fluisteren de zusters zalvende woorden in jouw levensherfst.

vrijdag 11 juni 2010

Banaal


ingehouden staren ze door ramen
die altijd maar weer muren tonen
met bakstenen die ...

bakstenen die ...
ach,
wat zou het ook

rivierloze woorden
zonder bedding
en al zeker zonder oever

mensen, ach, mensen
elke dag opnieuw
maken ze me droever

donderdag 10 juni 2010

Altijd nooit meer


Vanaf nu, altijd nooit meer
immers alles is geweest
van nu en tevens ooit weer
is het liefde die geneest

Zelfs al kleven kille dagen
aan de vliezen van mijn bot
toch zal ik jou steeds weer vragen
waarom maak je mij zo zot?

zondag 23 mei 2010

'Zalig zijn de armen van geest, Want hunner is het Koninkrijk der Hemelen'

In aanloop naar de komende verkiezingen, waar desondanks een wereldwijde financiële en economische crisis, in het gehucht België en bij uitbreiding op de morzel grond die men Vlaanderen noemt, alle aandacht wordt gevestigd op het verder opsplitsen van dit' land par accident' kan ik het niet nalaten mij de vraag te stellen : wat is nu eigenlijk die 'Vlaamse identiteit ' waarmee men ons te pas en te onpas om de oren slaat.
In de ochtendkrant las ik een intervieuw met Erwin Mortier, de grootste nog levende schrijver in Vlaanderen.
Zijn definitie zegt het allemaal: "Vlaanderen is niets anders dan het land van schaamte en kleinheid. Altijd weer de triomf van het gewone"
I couldn't agree more!
Vlaanderen is het land van houterige koppen en bonkige ruggen, gebogen over de volkstoog met in knoestige vuisten verschaalde pinten , brallend en lallend over de koers en de smeerlapperij van de politiek. Om nog maar te zwijgen over de Walen. De potverteerders bij uitstek, klaplopers par excellence, het vlees geworden profitariaat.
Daar staan ze dan de Vlaamse duivenmelkers in grijze stofschort, geleid door een zelfgekozen politieke dufheid die hen aanspoort de separatistische vlaggen te heisen, maar niet lijkt te beseffen dat de intellectuele kaalslag die zich nu reeds in de vezels van de Vlaming heeft genesteld zijn viraal hoogtepunt zal bereiken als Vlaanderen er echt alleen komt voor te staan. Als zijn bevolking met een eigen identiteit naar buiten moet treden en zich profileren in een reeds verdeeld en versnipperd Europa.
Waarop zal men zich beroepen, in een streek waar partijen professorale kerkclowns met tromgeroffel binnenhalen of waar een progressief gewaand journalist zich laat bekeren tot obscurantistisch denken over de eigen volksaard.
Vlaanderen, het land waar de echo van collaboratie nooit ver weg lijkt. De streek waar bescheidenheid verheven werd tot volkskunst en waar priesterhanden kleine piemeltjes beroeren , maar waar de bevolking en zijn begijnen daar zedig over zwijgen, want zwijgen is goud, meneer....
Vooral veel zwijgen, koppige nukkigheid . Lelijk en ongeïnspireerde achterbaksheid, want laat ons wel wezen charlatanisme kan ook kunst zijn. Doch niet in Vlaanderen! Want zelfs in zijn gefoefel is de Vlaming voorspelbaar banaal. Slaapverwekkend geritsel en gekonkel net als in lelijke rendez-vous hotels waar ongelukkige vrouwen gaan kameren en zaad wegdruppelt in plaats van te worden verschoten.
Vlaanderen , arm Vlaanderen,
streek met de geur van een mestactieplan en zelfgerolde sigaretten .
Buurtschap met 'antikosmopolitisme 'als wapenspreuk!

vrijdag 21 mei 2010

week einde

traag ritme van geluk
verwaait mijn week
terwijl de zon
reeds roodheid zingt

ik veradem mijn hartslag
tot het hevige bloed
enkel nog wat ruist
in haar kamers van verlangen

straks komt de nacht
en leggen mijn ogen
hun vermoeide blikken
week te slapen

zondag 9 mei 2010

over gave

binnen de muren van een verzacht leven
kus ik het slib van je lippen,
proef ik nog de as
van een verbrand verleden

Ik had je reeds lang verzonnen
waardoor het ogen blik
slechts herkenning was
van wat ik mezelf beloofde

nu blijf ik voor altijd toen
door jouw over gave
in de zekerheid van tijd
samen 

maandag 3 mei 2010

Four seasons in one day


mijn lente komt nooit zacht
maar op een dag ontwaakt ze plots

haar winter duurt altijd langer
dan je koude tenen hoopten

onze zomer kleurt akkers droog
met goudgele haren oogstklaar

mijn herfst herbergt heimwee
want haar aarde geurt naar houtvuur

vrijdag 30 april 2010

de onbeduidenheid van berken

de onbeduidendheid van berken

treft hen geen enkele schuld

het zijn enkel wij

die ze droevig zien

witgrauw gekleed

tot zij grijze lijnen tekenen

zaterdag 17 april 2010

Vleugellam

traag wit verdwijnt in staalblauw
blauwer dan wat ooit
zoveel betekende

boeken verhalen hun woorden
in de lengte
van een te snelle tijd

stilte luistert
naar het onrustig ademen
van wie ontheemd is

donderdag 15 april 2010

Gevloerd



Waarlijk,
is het leven
in naakte rauwheid
als zonlicht pijn doet.
Waar dekens geen warmte bieden
en open wonden slordige littekens vormen

Niets verdooft het gevoel
van onzin
want de wereld draait
door
heen in eindeloos verlangen
zichzelf te vergeten.

Terug



vertrouwd gebleven weemoed
graaft een gat in mijn buik
een zwartomrand gevoel van eindigheid
waarin ware ogen morsige onrust bemerken
zo nadert de dag haar geliefde
om daarin spoorloos op te lossen
met de nacht verdwaalt de rede
want zij is gevuld met mensen
die voorbijgaan
als drenkelingen van het leven

woensdag 31 maart 2010

Tegenlicht



Ongenaakbaar tovert naaktheid
haren in mijn nek
als het licht net daar valt
waar schaduw lust flateert

ze heeft knieën en handen
zelfs schouders
zoals ik
ze lijken niet belangrijk
te oordelen aan mijn blik
die afdwaalt langs haar lederen zachtheid
in de krochten van haar hel
waar het langzaam zijn beslag krijgt
op haar schaterende vel

zaterdag 27 maart 2010

maalstroom



als een vuist dof knijpt achter je borstbeen
als handen je hoofd in ijskoud water dwingen
als oogkleppen  je enkel nog vooruit doen kijken
verkleint de wereld tot verplichting,
lijkt schoonheid ver weg,
sterft tederheid in de wieg van ambitie

als alles roept om vertraging
als duizend handen duwen in je rug
als je steeds sneller moet rennen
verdwijnt de schuilplaats in een geest
waar men stil kan dromen
over levens die niet bestaan

Nu nog zoek ik handen
die elkaar zacht raken
wangen  
die strelend slaap vinden
in de troost van gesloten ogen

ik heb een wenend hart
dat  me smeekt te mogen blijven
maar ik heb het verkocht
er is voor betaald
het moet nu weg.

dinsdag 23 maart 2010

Minzaam

Waar doet het pijn
vroeg ze
met lieve ogen?
Waar zal ik beginnen
fluisterde ik
met stille handen?
Minzaamheid is zacht
als een lauwe zeebries
terwijl je tenen overspoeld worden
door rimpelgolfjes
op een zomerstrand
de horizon staart ver,
trillend in het zonlicht

vrijdag 19 maart 2010

Een zuchtje

droom mijn lieve kleine leven
als een paardjesmolen
in felle kleuren
hobbelend , op en neer.
meer dan wat rondraaiende schattigheid
is het niet
ik lach naar jou
jij streelt mijn haar
meer dan wat liefs
is het niet

Mededogen


Ogen groter dan het leven
staren spijkers in wat vijand lijkt
Met verwaaide aandacht
houdt zijn blik niets om handen
De uitgeholde wangen
maken hem mooier
terwijl een verdoofde woestheid
kloppend 
zijn geslagen wonden ontsteekt,
die hij netjes opborg
samen met de sleutels van erbarmen.
Hij wil niet getroost worden
want onzichtbaar tiraniseert de trots
een verbrijzelde ziel
Als zwalpend wrakhout,
losgeslagen uit de boeg
van een stuurloos leven
zijn z'n zintuigen ontdaan
van wat aanrakingen zacht maakt
De wereld schreeuwt ,
enkel nog,
binnensmonds gevloek

Zijn lichaam is pijn

zaterdag 13 maart 2010

JIJ



traag vertel ik je
al mijn verhalen
lettergrepen speld ik
je op de mouw
en jij, ach jij
luistert toch
altijd
als een zompig moeras
slik je mijn slijk
dat ik al jaren stort
in je onverzadigbaar verlangen
mij te kennen
te weten
mijn les te lezen
en mijn leven te vullen
met jouw allermooiste geschenken
en ik , ach ik
ik dram maar door...

Toch maar

En toch kuste ik je lippen
want telkens weer wist ik
weerzin te onderdrukken

geen Greta Garbo,
niet Audrey Hepburn
maar gefronste ernst

tussen je  benen
waar je haar krullend
volwassenheid preekte

maar wie was ik
om keurigheid te eisen
laat staan om kies te zijn?

vrijdag 12 maart 2010

Seventies



Toen was het hout op muren
nog nadrukkelijker dan nu
en kleurden formica stoelen vooruitgang
reeds gedateerd bij productie
Het beton was mooi
en grijs en ruw

Het waren wrange jaren van  kapsels
en broeken die vormloos uitdijnden,
van kleuren die niet mochten
Er was haar ,
teveel
op verkeerde plaatsen

Terwijl muziek klonk als cimbalen
was kunst pornografisch
Ik was getooid
in puistige verlegenheid,
van schoonheid verstoken
door jachtig geloof in mijn hormonen.

Kamers geurden naar flets zaad
makkelijk vergoten in verplichte geilheid
Vrouwen veinsden nymfomanie
op sleutelfeesten die geen vrijheid boden
doch enkel het falen vertelden
van een achtergelaten generatie

Kanker tierde welig in harige borsten
waarboven te grote snorren
die rookten,
steeds weer
Het einde van zorgvuldigheid
liet lelijkheid geboren worden.

zaterdag 6 maart 2010

Gezopen



de volgende ochtend
met ogen als molshopen
komt wat er is

moet ik mijn rolluiken optrekken
in de weerzin van een dag
na afgrijzen over de nacht

vergiftigd lig ik
twijfelachtig in de fauteuille
van mijn ongewassenheid

ik mistel de uren
die me scheiden
van zachte verdwazing

het gonst pijnlijke geruchten
dat dit nooit zal eindigen
als ik niet gewoon opniew begin

woensdag 3 maart 2010

Als gisteren verliefd wordt op morgen



gisteren werd verliefd op morgen
terwijl vandaag wezenloos achterbleef
nu wordt onbelangrijk ,
voor wie  leeft tussen pijn van toen
en angst voor dan
ingebeelde vrienden voor één scherm
bedwelmd door dronken avondliederen
morgen gaat gewoon weer door
als de knop wordt uitgezet
maar niet voor jou
want jij blijft achter
starend naar wat niet is
je hoort stemmen spreken uit zwarte letters
maar niemand roept je nog
traag dool je nog wat rond in de wereld
je bent verworden tot een toeschouwer
en af en toe wil je roepen
maar niemand hoort je 
je bent een deel van het beeld geworden
dat zij, de verworpenen gemaakt hebben
geen aanraking meer
al zo lang niet
geen enkele kus die smaakt naar meer
waar is het haar dat nat ruikt?
of de zilte geur na een lange nacht?
je gelaat schijnt wit als de maan

zaterdag 27 februari 2010

The stolen child ( W.B. Yeats)

WHERE dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we've hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.

Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.

Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.

Away with us he's going,
The solemn-eyed:
He'll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than he can understand.

Sinds jij


toen,
waar alles mee begon,
bladerde je het stof,
met je fluwelen handen
van het zolderraam
zonlicht,
viel in fijne sterren naar binnen
en hulde mijn kamer
in nevelige helderheid
daar zag ik in mijn verste hoeken
kisten met grote hangsloten
klaar om geopend te worden

vrijdag 26 februari 2010

Lach maar




lach maar, lieve lach
naar niets en iedereen
doe maar waar je goed in bent
door alle tranen  heen
lach maar, lieve lach
omring me als voorheen
vang mij in je ogenblik
zodat ik niet meer ween
lach maar, lieve lach
tegen beter weten in
verteken mijn verbetenheid
want echt zijn heeft geen zin

maandag 22 februari 2010

Eenzaamheid



eenzaamheid zit niet in je hoofd,
niet in je hart
eenzaamheid staart  in je ogen
als muren koud voelen,
de horizon kaal lonkt
als mensen praten
maar niets zeggen,
ongrijpbaar,
miljoenen kilometers ver
en toch tastbaar nabij
als je koude buik
maar niet wil opwarmen
als je opblaaspop weent
van je speeksel
eenzaamheid zit in alles
voor wie niet bang is
te kijken met een breekbaar hart.

zondag 21 februari 2010

In vino veritas


Terwijl winterzon vermuitte tot pril lentelicht  en de koffie heerlijk dampte over gevulde zondagskoek bladerde ik verstrooid in het vodje papier dat in het weekend als 'styling magazine' bij De Morgen hoort
Al lezend bedacht ik me dat de tijden van "De Vooruit" nu wel lang vervlogen leken! De tijd dat rood nog echt rood was en een krant een uitgesproken profiel durfde te hebben.
Edoch te ver hierop ingaan zou ons slechts afleiden.
Ik geef graag toe dat het ochtendgloren geen ideale sfeer creëert om over wijnen te filosoferen, al zeker niet wanneer de ebriëtas van de afgelopen nacht nog niet volledig is verteerd. Maar zelfs deze misplaatstheid doet niets af aan de weerzin die me naast mijn houten kop overviel toen ik het bewuste artikeltje las.
Het was van de hand van Frank -wie?- Van Der Auwera. De schaamteloosheid waarmee hij zijn lezers om de oren sloeg met 'farce-taal' deed vermoeden dat de man een kenner was. Althans dat wilde hij ongetwijfeld zichzelf en de lezers wijsmaken.
Ik moet toegeven dat ik niet onbevooroordeeld ben.
De oenologie ( lees eunologie, hoewel een meer letterlijke uitspraak misschien beter ware geweest) is namelijk niet mijn meug ( gewoon zo uit te spreken!). Ik ben nogal no-nonsense als het op drank aankomt en mijn naasten weten maar al te goed wat dat betekent.
De manier waarop die oenen over wijn praten suggereert een dermate verfijnd reuk- en smaakvermogen dat ik de aandrang moet onderdrukken om niet te beginnen blaffen of kwispelstaarten wanneer ik met hen wil communiceren.
Negentig procent van de wijndrinkers kan in een frietkot amper Amerikaanse saus van Samoerai onderscheiden laat staan dat zij subtiele toetsen- en hier gebruik ik al één van hun stokpaardjes- van gele ! perzik zouden kunnen waarnemen. Of een licht expressief boeket van citroentaart, ananassorbet, gegrilde amandelen en een wolkje vanille.... Ik proestte het uit waardoor een klodder gele pudding van mijn chocoladekoek met vulling op mijn schoot terecht kwam.
Het gekunstelde taaltje waarvan would-be-epicuristen en aspirant-intellectuelen zich hier bedienen is hilarisch.
Wat dacht u van 'rijp georïenteerd boeket van "easy drinking" chardonnay druiven die flirten met sauvignon vooral qua mondvulling!!!'
Ik verloor bijna twee tandvullingen van het lachen toen ik dit las.
Het lullen in een nichterig en schijndichterlijk taalgebruik door zelfbenoemde vinologen veroorzaakt bij mij  een gastrocolische reflex die zijn weerga niet kent.
Met dichtgeknepen billen dien ik de meest nabijgelegen wc op te zoeken om vervolgens breed trompetterend de emaille van de pot te blazen.
Ik maak me sterk dat slechts enkele minuten studie voldoende zijn om de doorsnee wijndrinker te impressioneren. Het volstaat dat men de lijst van woorden die men zo graag bezigt in de wijnproeverij van buiten leert en ze op geregelde tijdstippen door elkaar haspelt waarbij men vooral woorden als aroma, correct, eerlijk, subtiel en impressies  ad libitum dient te gebruiken.
Telkenmale ik zo'n arrivist hoor orakelen over wijn overvalt me het verlangen de fles uit zijn handen te graaien en in één teug leeg te salamanderen om me vervolgens met een luide boer te laten neerploffen waarbij ik achterover leun en met getuite lippen brom: " niet slecht, maar nogal weinig!"
Wijnelitisten kunnen me gestolen worden hoewel ze ongetwijfeld een bepaald publiek bedienen.
Het gaat echter hoofdzakelijk om mensen die in arren moede hun toevlucht zoeken tot een vertier waarmee ze naast hun primaire behoefte om zich potdicht te zuipen toch nog enige wellevendheid willen simuleren.
Ik denk dan altijd: 'Man, toch! Stop met zeiken, ge hebt alleerst nog niet gedronken!' Ikzelf, kan namelijk pas pissen nadat ik de fles op heb!

donderdag 18 februari 2010

Weet jij nog?

Weet jij nog?
toen we krijtlijnen trokken
op de muren van de stad
hinkelend over de steen
die we gooiden?

weet je nog toen we beloofden
dat dit echt voor altijd was?
dat we nooit zouden toegeven?
dat we wel wisten
wat niet te weten viel?

Ik vertelde je beloftes
die nooit zouden liegen
ik gaf mijn jongenslach voor je liefde
terwijl ik woorden stal

en jij was de fee die zwaaide
met je betoverde handen

we hadden de wereld
en we geloofden in alles
wat niet kon
maar vooral in ons zelf

weet je nog
hoe vaak ik weende ?
hoe vaak ik je vroeg
niet weg te gaan?

tot je zelf besliste
dat nu
niet meer was
dan wat nooit geneest

dat zou blijven nazinderen
in de vezels
van wat we verlangden

woensdag 17 februari 2010

Zomaar wat woorden

zomaar wat woorden,
zomaar wat zinnen,
een scharrel loze beloftes
in een vlaag van dure waanzin

los breigoed
slordig in elkaar gehaakt
tot dunne dekens
voor een veel te koud leven

hier staat het dan
protserig te wezen
als triest druksel
van een beurs geslagen geest

gedachten blijven achter
als lauwe natte kringen
op een toog
van vergankelijkheid

zondag 14 februari 2010

Tekort

schilder je raam in mijn hoofd
adem je naam in mijn longen
kleef je huid op mijn wonden
maar laat mij nimmer los

wanneer straatstenen blinken
regent het,
wetten van middelmaat
in een glans die ze niet verdienen

zo ook, ik
sta met vaal gelaat
schuwbaar in je aandacht
met genoeg tekort

ik verzin mijn eigen sterven
in jouw aanwezigheid
wanneer de wanhoop is verlaten
en slechts muziek genezing zingt

zaterdag 13 februari 2010

Verdoken

wat als ik je opwerp,
je gewichtloosheid in goud verkondig
gedragen door duizend handen,
in een gesprek op straat

wat als ik je afval,
tot je onzichtbaar opduikt
als meisje van papier,
weggegooid in proppen

niemand zal me kennen
als tandenloos gevaar
sluimerend zal ik leven
in de schuif van het dressoir

donderdag 11 februari 2010

Zelfbedrog

ik heb geen thema's te koop,
ben geen bazaar van goede voornemens

ik verhandel geen suggesties
noch staat er discipline in promotie

ik ben een vuur
dat onophoudelijk brandt

een spilzieke wagen
aan 240 per uur

ik ben de kroniek
van een aangekondigd falen

een verhaal van succes
waarin ik zelf niet geloof.

zaterdag 6 februari 2010

Schoonheid

schoonheid is etherisch,
als lucht van de hemel
die zich openbaart in detail
de kleine haartjes op je buik in tegenlicht
muziek in perfect tastbare subtiliteit
de geur van basilicum vermengd met rozemarijn
het voelen van zacht leder
perfect gesmeerde kogellagers die ritmisch tikken
Van Gogh in een sterrennacht
woorden die je nauwelijks hoort
maar gefluisterd hun betekenis doorheen onze ziel schallen
de complexe smaak van wijn
een polyfonie in mijn hoofd
die als vijfpuntige ster ontploft
maar vooral
jouw geur,
die als een herinnering
mijn onzekerheid geneest

donderdag 4 februari 2010

Verwenst toeval

Ach doldrieste aarde!
Wispelturig kermiswijf,
draaiend naar het oosten.
Wereld van puistige zweren,
bedekt met sneeuw,
geblust in natte pampers
en een afkoelend hart van explosies.
Weggeslagen stuk sterrenstof,
grenzeloos verbannen in koude leegte
met slechts een maan.

Ik verploeg je korstige huid
maar raak amper dieper
dan jouw vruchteloosheid

Als ik straks als as wordt uitgeschud
zal ik je omtrek onzichtbaar vergroten.
Door niemand opgemerkt
zal ik verrotten in jouw ingewanden

Tot dat ook jij,
moeder van ons allen,
als een juggernaut
ten onder zal gaan
aan eigen overschatting

woensdag 3 februari 2010

Elke dag herbergt een nieuw misschien

Wat, als je niet meer kan en het vriest in je levenslust ?
Als zoveel vragen je onopgelost lijken?
Het denken niet veel verder reikt dan de achterkant van je oogbollen?
Je aanrakingen verdoofd zijn?.
De wind enkel koud uit het noorden blaast terwijl de zon achter dofgrijze wolken versmacht wordt?
Zijn er mensen die je horen? Die weten wat je meemaakt?
De geest is een raar ding.
Niemand begrijpt wat je voelt als onzin je leven beheerst.
Met een op mul drijfzand gebouwde zelfzekerheid moet je werken aan de wederopbouw van je geruïneerd geluk. De stoffige brokstukken betonrot van je verbrijzelde ziel zorgvuldig samenpuzzelen tot iets wat terug lijkt op een huis, waar je in kan wonen en slapen zonder wakker te worden omdat de spleten en kieren onophoudelijk fluisteren.
Je hebt je tafels en stoelen reeds lang verkocht want je had ze toch niet meer nodig.
Dus leen je er maar een paar,want je weet niet zeker of je morgen niet terug ontwaakt op aangestampte lemen grond.
Het lijkt onmogelijk om in de schijn van je onaanzienlijkheid terug vertrouwen te vinden of het troostende genadeschot niet te lossen.
Maar dan,
stilaan,
veel trager dan men van jou verwacht,
gaat de wind liggen en doorheen morsige ramen schijnt een zon van waterverf.
Je bleke huid huivert .
Wezenloos staart het raam je aan terwijl ongeloof je meester wordt.
Je gelooft al zo lang niet meer. En al zeker niet in oplossingen.
Maar dit voelt anders .
Er schijnt licht in de duisternis en de duisternis heeft ze dit keer niet gegrepen.
Dankbaarheid plooit zich omheen je ogen
Je voelt en dat is vreemd.
Hunkering verweekt een vaag verlangen, nog onbestemd en zonder doel.
De bodem is bereikt.
De dag herbergt het begin van een nieuw misschien.

maandag 1 februari 2010

Belofte

als eenzaamheid tastbaar wordt
en jouw lucht te dik om te ademen
zal ik je vriend zijn
om te spelen
ik zal zeggen dat je mee moet komen
zomaar , nergens heen
stappen op mijn weg naar overal
waar de lucht terug dunner is
ik zal je tonen,
wijzen met mijn hand
dat er geen horizon bestaat
maar dat dit geeneens zo erg is
want je zal zien
dat telkens weer,
elke meter verder er een nieuwe verschijnt
ik zal je bergen tonen ,
veel hoger dan verwacht
die we nooit zullen beklimmen
want dat zou zinloos zijn
vogels zullen boven onze hoofden vliegen
en we zullen ons afvragen
of ze soms bang zijn om te vallen
al is dat onzin natuurlijk
dat zal je wel weten
want je zal al veel weten
omdat je nu al zoveel weet
maar toch zal ik je leren
dat het leven niet zo belangrijk is
en de dood onafwendbaar
opdringerig aanwezig in onze harten
dat het ons heimelijk doet verlangen
naar -niets-, de grote trooster
ik zal je zeggen
dat het goed is
om zonder hoop te kijken
want dat hoop er enkel is
voor hen die hopeloos zijn
dan zal ik je hand terug loslaten
zonder dat je dat erg vindt
want je zal geleerd hebben
dat als gisteren verliefd wordt op morgen
vandaag slechts wezenloos achterblijft

zondag 31 januari 2010

STIL

ik heb een stille kamer
het is gelegen in een stil huis
temidden van een stil bos
stilte kan nadrukkelijk zijn
als het dwingt tot luisteren
ik hoor het gras groeien
want in de winter fluiten geen vogels
toch niet waar wij wonen
de bomen kraken niet
in windstilte
ook dat nog...
ik lees de gedachten
op het fluisterasfalt van mijn slaap
mijn hoofd ligt naar je toe
wanneer je slaapt in stille dromen
met een schaduw in profiel
lijk je wel dood
en even heerst er onrust in mijn keel
ik luister stiller dan ik ooit deed
en dan hoor ik het,
jouw adem
zo subliem onhoorbaar
dat het nu wel zeker is:
jij past hier
in dit bed,
in deze kamer,
in dit huis.

zaterdag 30 januari 2010

Ontluikend verdriet

daar zaten zij toen
onhandig jong
maar reeds zonder bruis
in hun cola

het citroentje ten spijt
zag zij haar knieën
en hij de deur
met kuise handen boven tafel

uit hun magere jeugd
werd schrale liefde geboren
in een schoot vol angst
voor overbodigheid

woensdag 27 januari 2010

The Hucklebuck

Ik word acuut misselijk van dansende mensen. Er leven op deze bol slechts een handvol individuen die kunnen dansen zonder zich belachelijk te maken en de kans dat deze zich in uw of mijn kennissenkring bevinden is quasi nihil te noemen.
In oorsprong is dansen een lichaamsexpressie gehuld in een sfeer van geheimzinnigheid die men terugvindt bij tribale rituelen in donker Afrika en in die hoedanigheid kan ik deze gekte nog enigszins pruimen uit folkloristische curiositeit.
Maar eens geïmporteerd en met kleren aan wordt dansen een debiel volksvertier met een aureool van massahysterie en kuddegeest.
Echte mannen dansen niet!
Ziedaar mijn rotsvaste overtuiging.
Kijk maar naar wat er gebeurde met Patrick Swayze, die zich van pure miserie een pancreascarcinoom dronk nadat hij zich in de vergetelheid had gedanst in de film ‘Dirty Dancing’.
Alsof er iets als ‘welvoeglijk dansen’ zou bestaan…
Of de gevlochten strandneger Leroy uit de legendarische serie Fame die zich godbetert beenverwarmers aanmat en zich ophield in het gezelschap van trossels bloedmooie vrouwen waardoor een sluimerende dreiging van zijn, in spannende kousenbroek gehulde, kruis bleef uitgaan.Om maar niet te spreken van Fred Astaire, hét toonbeeld van wuftige verwijfdheid waardoor hij uiteindelijk zijn carrière moest eindigen in een film met de profetische titel “Ghost story”.
Van zodra jolige Fransen en zatte nonkels, wulpse secretaressen of van de kruin uit kalende bedrijfsleiders zich op de dansvloer begeven keert mijn maag. Het spektakel dat hier geheid op volgt is van een dergelijk abominabel niveau dat plaatsvervangende schaamte als een knappende zweer openbreekt en me de lust bespringt om met een AK-47 kwistig blauwe bonen in het rond te strooien.
Wat hebben ze toch met dat dansen?
Hoe idioot kan een mens zich wel niet gedragen?
Waar maken die minkukels zich nu eigenlijk zo vrolijk over dat het gevoel om te bewegen op muziek hen overvalt?
Grote zweetkringen met zoutranden tekenen vunzige hemdoksels.
Bij een aantal gaat zelfs de das om het voorhoofd!

Maar niets, helemaal niets ter wereld vervult me met meer afschuw dan synchroon dansen.
U kent het wel: de zaal stelt zich als gehersenspoeld in strakke rijen en op de maat van een snelle jive of een trage twist wordt een ronduit braakverwekkende stappenpatroon geëtaleerd gelardeerd met choreoathetotische bewegingen als bij Huntingtonlijers.
De blikken in de ogen verwazen en je ziet hen opgaan in een soort bezweringsdans waarbij ze het gevoel krijgen één te worden met de kosmos, mochten ze überhaupt al notie hebben van dergelijk veelzijdig begrip.
Het gemeenschappelijke stampen met de voeten veroorzaakt een trance, een spiritualiteit die ze bij leven nooit elders zullen bereiken tot spijt van het ter ziele gegaan geloof.
Mocht u er dus ooit aan denken een feestje te geven en daar de vermetele moed hebben mij op de dansvloer te manen, weet dan één ding!
Ik draag een revolver!
En ik zal hem gebruiken indien nodig!

Onbeholpen

Tussen de lakens
huist een macabere dans
want zo hoort het
althans,
zo denkt hij toch?

onaanzienlijke woorden
lispelen letters
die schaduwen werpen
over haar lichaam
dat boekdelen spreekt

zaterdag 23 januari 2010

Moe

ze slepen en strompelen
gebrekkig in mijn hoofd,
hinkelen en hoesten
tot nooit meer genezen
ik tel het wijkend licht
zonder rust of verlosssing
en hoop dat de woordenstorm
terug liggen gaat
als na malariakoorts

ik zie een spin
tegen de wand van een bokaal
zich krampachtig vasthoudend
terwijl de vis met open mond
toehapt
in de illusie van bereikbaarheid
scheidt een bolle wereld
deze van zijn watervolle kom

nooit meer los
laat nooit
veel meer woorden dan in zinnen
veel meer zinnen dan in boeken
veel meer boeken dan in leven
nog even,
nog even...