Er zijn zo van die dagen dat kunst zich openbaart als een speelzieke zon doorheen een brekend wolkendek.
Kunst als gesublimeerde troost. En troost is wat we nodig hebben sinds we ons bewust werden van het leven.
Ik lees Grunberg’s Tirza.
Nog steeds. En ik hoop niet snel te eindigen.
Desondanks ik een hekel heb aan idolatrie zijn er schaarse momenten waarop ik niet anders kan dan nederig het hoofd te buigen voor ultieme schoonheid, de genialiteit van een schepping.
Zelden heb ik zo’n eenvoudige complexiteit van taal aanschouwt. Zoveel subtiliteit en nuance. Ik lees en wat volgt is de materialisatie van beelden. Ik ruik, voel, hoor en zie ze. Met slechts enkele juist geplaatste woorden beschrijft Grunberg haarscherp het gefileerde leven.
Hoe kan men zo levenswijs zijn?
Hoe groot moet het genie zijn die dergelijke gouden taal spreekt?
Misschien ben ik wel wat lankmoediger dan de doorsnee lezer, maar dit heeft dan vooral te maken met mijn eigen falen. Want hoe graag zou ik zijn taal kunnen grijpen, ze kunnen vertalen naar mijn gedachten en verhalen.
Tirza is een les in nederigheid voor elke aspirant-schrijver die zich opgejut door naasten haast om gelezen te worden, waardoor de schabouwelijkheid van de resultaten zich laat verwachten.
Ik beslis te rusten en te lezen, traag, woord voor woord en te beseffen dat dergelijke werken monumentale schaduwen werpen. En welke schrijver staat nu graag in de schaduw?
Ik ben kwaad en verrukt tegelijkertijd.
Kwaad omdat ik hierdoor niets anders kan dan te beslissen om nooit een boek te schrijven, uit respect voor het woord “boek” en de associatie met grootheden van zijn kaliber die dit woord bij me oproept.
Verrukt omdat ik het uiteindelijk toch las, op aanraden van zij die het kon weten, terwijl ik vroeger Grunberg opzij legde, vanwege -nog te veel andere dingen te lezen-.
Ik las ooit de uitdrukking: “mochten enkel de vogels met het mooiste lied in het bos fluiten, het zou er vrij stil zijn”, wat moest gelden als rechtvaardiging voor minder goede kunst…
Ik hou nogal van de stilte.
Als die doorbroken wordt heb ik dan ook graag dat het de moeite is.
Ik zou dus het gezegde willen veranderen in “mochten enkel de vogels met het mooiste lied in het bos fluiten, we zouden tenminste een goede reden hebben om naar het bos te gaan”
Dit stukje alleen al toont dat je een verkeerde beslissing neemt:-)
BeantwoordenVerwijderen