op een zomerdag aan het strand,
met golven
die komen en gaan als uren
knispert zand tussen tenen
het water kan ons niet deren
want ik heb een kasteel gebouwd
op losse fundamenten
waarop handdoeken gespreid liggen
we glunderen naar de zee
die terugglinstert
jouw hand voelt als speculaas in de mijne
terwijl de baren onze vesting verweken
kruipen we dichter bijeen
hoewel we niet bang zijn
want wie wil samen blijven
moet zijn borst durven natmaken
dan overspoelen onze buiken
en je rilt lachend over me heen
zo wil ik verdrinken
in die zoutzoete smaak
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.