WHERE dips the rocky highland
Of Sleuth Wood in the lake,
There lies a leafy island
Where flapping herons wake
The drowsy water rats;
There we've hid our faery vats,
Full of berrys
And of reddest stolen cherries.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.
Where the wave of moonlight glosses
The dim gray sands with light,
Far off by furthest Rosses
We foot it all the night,
Weaving olden dances
Mingling hands and mingling glances
Till the moon has taken flight;
To and fro we leap
And chase the frothy bubbles,
While the world is full of troubles
And anxious in its sleep.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.
Where the wandering water gushes
From the hills above Glen-Car,
In pools among the rushes
That scarce could bathe a star,
We seek for slumbering trout
And whispering in their ears
Give them unquiet dreams;
Leaning softly out
From ferns that drop their tears
Over the young streams.
Come away, O human child!
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than you can understand.
Away with us he's going,
The solemn-eyed:
He'll hear no more the lowing
Of the calves on the warm hillside
Or the kettle on the hob
Sing peace into his breast,
Or see the brown mice bob
Round and round the oatmeal chest.
For he comes, the human child,
To the waters and the wild
With a faery, hand in hand,
For the world's more full of weeping than he can understand.
zaterdag 27 februari 2010
Sinds jij
waar alles mee begon,
bladerde je het stof,
met je fluwelen handen
van het zolderraam
zonlicht,
viel in fijne sterren naar binnen
en hulde mijn kamer
in nevelige helderheid
daar zag ik in mijn verste hoeken
kisten met grote hangsloten
klaar om geopend te worden
vrijdag 26 februari 2010
Lach maar
lach maar, lieve lach
naar niets en iedereen
doe maar waar je goed in bent
door alle tranen heen
lach maar, lieve lach
omring me als voorheen
vang mij in je ogenblik
zodat ik niet meer ween
lach maar, lieve lach
tegen beter weten in
verteken mijn verbetenheid
want echt zijn heeft geen zin
maandag 22 februari 2010
Eenzaamheid
eenzaamheid zit niet in je hoofd,
niet in je hart
eenzaamheid staart in je ogen
als muren koud voelen,
de horizon kaal lonkt
als mensen praten
maar niets zeggen,
ongrijpbaar,
miljoenen kilometers ver
en toch tastbaar nabij
als je koude buik
maar niet wil opwarmen
als je opblaaspop weent
van je speeksel
eenzaamheid zit in alles
voor wie niet bang is
te kijken met een breekbaar hart.
zondag 21 februari 2010
In vino veritas
Terwijl winterzon vermuitte tot pril lentelicht en de koffie heerlijk dampte over gevulde zondagskoek bladerde ik verstrooid in het vodje papier dat in het weekend als 'styling magazine' bij De Morgen hoort
Al lezend bedacht ik me dat de tijden van "De Vooruit" nu wel lang vervlogen leken! De tijd dat rood nog echt rood was en een krant een uitgesproken profiel durfde te hebben.
Edoch te ver hierop ingaan zou ons slechts afleiden.
Ik geef graag toe dat het ochtendgloren geen ideale sfeer creëert om over wijnen te filosoferen, al zeker niet wanneer de ebriëtas van de afgelopen nacht nog niet volledig is verteerd. Maar zelfs deze misplaatstheid doet niets af aan de weerzin die me naast mijn houten kop overviel toen ik het bewuste artikeltje las.
Het was van de hand van Frank -wie?- Van Der Auwera. De schaamteloosheid waarmee hij zijn lezers om de oren sloeg met 'farce-taal' deed vermoeden dat de man een kenner was. Althans dat wilde hij ongetwijfeld zichzelf en de lezers wijsmaken.
Ik moet toegeven dat ik niet onbevooroordeeld ben.
De oenologie ( lees eunologie, hoewel een meer letterlijke uitspraak misschien beter ware geweest) is namelijk niet mijn meug ( gewoon zo uit te spreken!). Ik ben nogal no-nonsense als het op drank aankomt en mijn naasten weten maar al te goed wat dat betekent.
De manier waarop die oenen over wijn praten suggereert een dermate verfijnd reuk- en smaakvermogen dat ik de aandrang moet onderdrukken om niet te beginnen blaffen of kwispelstaarten wanneer ik met hen wil communiceren.
Negentig procent van de wijndrinkers kan in een frietkot amper Amerikaanse saus van Samoerai onderscheiden laat staan dat zij subtiele toetsen- en hier gebruik ik al één van hun stokpaardjes- van gele ! perzik zouden kunnen waarnemen. Of een licht expressief boeket van citroentaart, ananassorbet, gegrilde amandelen en een wolkje vanille.... Ik proestte het uit waardoor een klodder gele pudding van mijn chocoladekoek met vulling op mijn schoot terecht kwam.
Het gekunstelde taaltje waarvan would-be-epicuristen en aspirant-intellectuelen zich hier bedienen is hilarisch.
Wat dacht u van 'rijp georïenteerd boeket van "easy drinking" chardonnay druiven die flirten met sauvignon vooral qua mondvulling!!!'
Ik verloor bijna twee tandvullingen van het lachen toen ik dit las.
Het lullen in een nichterig en schijndichterlijk taalgebruik door zelfbenoemde vinologen veroorzaakt bij mij een gastrocolische reflex die zijn weerga niet kent.
Met dichtgeknepen billen dien ik de meest nabijgelegen wc op te zoeken om vervolgens breed trompetterend de emaille van de pot te blazen.
Ik maak me sterk dat slechts enkele minuten studie voldoende zijn om de doorsnee wijndrinker te impressioneren. Het volstaat dat men de lijst van woorden die men zo graag bezigt in de wijnproeverij van buiten leert en ze op geregelde tijdstippen door elkaar haspelt waarbij men vooral woorden als aroma, correct, eerlijk, subtiel en impressies ad libitum dient te gebruiken.
Telkenmale ik zo'n arrivist hoor orakelen over wijn overvalt me het verlangen de fles uit zijn handen te graaien en in één teug leeg te salamanderen om me vervolgens met een luide boer te laten neerploffen waarbij ik achterover leun en met getuite lippen brom: " niet slecht, maar nogal weinig!"
Wijnelitisten kunnen me gestolen worden hoewel ze ongetwijfeld een bepaald publiek bedienen.
Het gaat echter hoofdzakelijk om mensen die in arren moede hun toevlucht zoeken tot een vertier waarmee ze naast hun primaire behoefte om zich potdicht te zuipen toch nog enige wellevendheid willen simuleren.
Ik denk dan altijd: 'Man, toch! Stop met zeiken, ge hebt alleerst nog niet gedronken!' Ikzelf, kan namelijk pas pissen nadat ik de fles op heb!
donderdag 18 februari 2010
Weet jij nog?
Weet jij nog?
toen we krijtlijnen trokken
op de muren van de stad
hinkelend over de steen
die we gooiden?
weet je nog toen we beloofden
dat dit echt voor altijd was?
dat we nooit zouden toegeven?
dat we wel wisten
wat niet te weten viel?
Ik vertelde je beloftes
die nooit zouden liegen
ik gaf mijn jongenslach voor je liefde
terwijl ik woorden stal
en jij was de fee die zwaaide
met je betoverde handen
we hadden de wereld
en we geloofden in alles
wat niet kon
maar vooral in ons zelf
weet je nog
hoe vaak ik weende ?
hoe vaak ik je vroeg
niet weg te gaan?
tot je zelf besliste
dat nu
niet meer was
dan wat nooit geneest
dat zou blijven nazinderen
in de vezels
van wat we verlangden
toen we krijtlijnen trokken
op de muren van de stad
hinkelend over de steen
die we gooiden?
weet je nog toen we beloofden
dat dit echt voor altijd was?
dat we nooit zouden toegeven?
dat we wel wisten
wat niet te weten viel?
Ik vertelde je beloftes
die nooit zouden liegen
ik gaf mijn jongenslach voor je liefde
terwijl ik woorden stal
en jij was de fee die zwaaide
met je betoverde handen
we hadden de wereld
en we geloofden in alles
wat niet kon
maar vooral in ons zelf
weet je nog
hoe vaak ik weende ?
hoe vaak ik je vroeg
niet weg te gaan?
tot je zelf besliste
dat nu
niet meer was
dan wat nooit geneest
dat zou blijven nazinderen
in de vezels
van wat we verlangden
woensdag 17 februari 2010
Zomaar wat woorden
zomaar wat woorden,
zomaar wat zinnen,
een scharrel loze beloftes
in een vlaag van dure waanzin
los breigoed
slordig in elkaar gehaakt
tot dunne dekens
voor een veel te koud leven
hier staat het dan
protserig te wezen
als triest druksel
van een beurs geslagen geest
gedachten blijven achter
als lauwe natte kringen
op een toog
van vergankelijkheid
zomaar wat zinnen,
een scharrel loze beloftes
in een vlaag van dure waanzin
los breigoed
slordig in elkaar gehaakt
tot dunne dekens
voor een veel te koud leven
hier staat het dan
protserig te wezen
als triest druksel
van een beurs geslagen geest
gedachten blijven achter
als lauwe natte kringen
op een toog
van vergankelijkheid
zondag 14 februari 2010
Tekort
schilder je raam in mijn hoofd
adem je naam in mijn longen
kleef je huid op mijn wonden
maar laat mij nimmer los
wanneer straatstenen blinken
regent het,
wetten van middelmaat
in een glans die ze niet verdienen
zo ook, ik
sta met vaal gelaat
schuwbaar in je aandacht
met genoeg tekort
ik verzin mijn eigen sterven
in jouw aanwezigheid
wanneer de wanhoop is verlaten
en slechts muziek genezing zingt
adem je naam in mijn longen
kleef je huid op mijn wonden
maar laat mij nimmer los
wanneer straatstenen blinken
regent het,
wetten van middelmaat
in een glans die ze niet verdienen
zo ook, ik
sta met vaal gelaat
schuwbaar in je aandacht
met genoeg tekort
ik verzin mijn eigen sterven
in jouw aanwezigheid
wanneer de wanhoop is verlaten
en slechts muziek genezing zingt
zaterdag 13 februari 2010
Verdoken
wat als ik je opwerp,
je gewichtloosheid in goud verkondig
gedragen door duizend handen,
in een gesprek op straat
wat als ik je afval,
tot je onzichtbaar opduikt
als meisje van papier,
weggegooid in proppen
niemand zal me kennen
als tandenloos gevaar
sluimerend zal ik leven
in de schuif van het dressoir
je gewichtloosheid in goud verkondig
gedragen door duizend handen,
in een gesprek op straat
wat als ik je afval,
tot je onzichtbaar opduikt
als meisje van papier,
weggegooid in proppen
niemand zal me kennen
als tandenloos gevaar
sluimerend zal ik leven
in de schuif van het dressoir
donderdag 11 februari 2010
Zelfbedrog
ik heb geen thema's te koop,
ben geen bazaar van goede voornemens
ik verhandel geen suggesties
noch staat er discipline in promotie
ik ben een vuur
dat onophoudelijk brandt
een spilzieke wagen
aan 240 per uur
ik ben de kroniek
van een aangekondigd falen
een verhaal van succes
waarin ik zelf niet geloof.
ben geen bazaar van goede voornemens
ik verhandel geen suggesties
noch staat er discipline in promotie
ik ben een vuur
dat onophoudelijk brandt
een spilzieke wagen
aan 240 per uur
ik ben de kroniek
van een aangekondigd falen
een verhaal van succes
waarin ik zelf niet geloof.
zaterdag 6 februari 2010
Schoonheid
schoonheid is etherisch,
als lucht van de hemel
die zich openbaart in detail
de kleine haartjes op je buik in tegenlicht
muziek in perfect tastbare subtiliteit
de geur van basilicum vermengd met rozemarijn
het voelen van zacht leder
perfect gesmeerde kogellagers die ritmisch tikken
Van Gogh in een sterrennacht
woorden die je nauwelijks hoort
maar gefluisterd hun betekenis doorheen onze ziel schallen
de complexe smaak van wijn
een polyfonie in mijn hoofd
die als vijfpuntige ster ontploft
maar vooral
jouw geur,
die als een herinnering
mijn onzekerheid geneest
als lucht van de hemel
die zich openbaart in detail
de kleine haartjes op je buik in tegenlicht
muziek in perfect tastbare subtiliteit
de geur van basilicum vermengd met rozemarijn
het voelen van zacht leder
perfect gesmeerde kogellagers die ritmisch tikken
Van Gogh in een sterrennacht
woorden die je nauwelijks hoort
maar gefluisterd hun betekenis doorheen onze ziel schallen
de complexe smaak van wijn
een polyfonie in mijn hoofd
die als vijfpuntige ster ontploft
maar vooral
jouw geur,
die als een herinnering
mijn onzekerheid geneest
donderdag 4 februari 2010
Verwenst toeval
Ach doldrieste aarde!
Wispelturig kermiswijf,
draaiend naar het oosten.
Wereld van puistige zweren,
bedekt met sneeuw,
geblust in natte pampers
en een afkoelend hart van explosies.
Weggeslagen stuk sterrenstof,
grenzeloos verbannen in koude leegte
met slechts een maan.
Ik verploeg je korstige huid
maar raak amper dieper
dan jouw vruchteloosheid
Als ik straks als as wordt uitgeschud
zal ik je omtrek onzichtbaar vergroten.
Door niemand opgemerkt
zal ik verrotten in jouw ingewanden
Tot dat ook jij,
moeder van ons allen,
als een juggernaut
ten onder zal gaan
aan eigen overschatting
Wispelturig kermiswijf,
draaiend naar het oosten.
Wereld van puistige zweren,
bedekt met sneeuw,
geblust in natte pampers
en een afkoelend hart van explosies.
Weggeslagen stuk sterrenstof,
grenzeloos verbannen in koude leegte
met slechts een maan.
Ik verploeg je korstige huid
maar raak amper dieper
dan jouw vruchteloosheid
Als ik straks als as wordt uitgeschud
zal ik je omtrek onzichtbaar vergroten.
Door niemand opgemerkt
zal ik verrotten in jouw ingewanden
Tot dat ook jij,
moeder van ons allen,
als een juggernaut
ten onder zal gaan
aan eigen overschatting
woensdag 3 februari 2010
Elke dag herbergt een nieuw misschien
Wat, als je niet meer kan en het vriest in je levenslust ?
Als zoveel vragen je onopgelost lijken?
Het denken niet veel verder reikt dan de achterkant van je oogbollen?
Je aanrakingen verdoofd zijn?.
De wind enkel koud uit het noorden blaast terwijl de zon achter dofgrijze wolken versmacht wordt?
Zijn er mensen die je horen? Die weten wat je meemaakt?
De geest is een raar ding.
Niemand begrijpt wat je voelt als onzin je leven beheerst.
Met een op mul drijfzand gebouwde zelfzekerheid moet je werken aan de wederopbouw van je geruïneerd geluk. De stoffige brokstukken betonrot van je verbrijzelde ziel zorgvuldig samenpuzzelen tot iets wat terug lijkt op een huis, waar je in kan wonen en slapen zonder wakker te worden omdat de spleten en kieren onophoudelijk fluisteren.
Je hebt je tafels en stoelen reeds lang verkocht want je had ze toch niet meer nodig.
Dus leen je er maar een paar,want je weet niet zeker of je morgen niet terug ontwaakt op aangestampte lemen grond.
Het lijkt onmogelijk om in de schijn van je onaanzienlijkheid terug vertrouwen te vinden of het troostende genadeschot niet te lossen.
Maar dan,
stilaan,
veel trager dan men van jou verwacht,
gaat de wind liggen en doorheen morsige ramen schijnt een zon van waterverf.
Je bleke huid huivert .
Wezenloos staart het raam je aan terwijl ongeloof je meester wordt.
Je gelooft al zo lang niet meer. En al zeker niet in oplossingen.
Maar dit voelt anders .
Er schijnt licht in de duisternis en de duisternis heeft ze dit keer niet gegrepen.
Dankbaarheid plooit zich omheen je ogen
Je voelt en dat is vreemd.
Hunkering verweekt een vaag verlangen, nog onbestemd en zonder doel.
De bodem is bereikt.
De dag herbergt het begin van een nieuw misschien.
Als zoveel vragen je onopgelost lijken?
Het denken niet veel verder reikt dan de achterkant van je oogbollen?
Je aanrakingen verdoofd zijn?.
De wind enkel koud uit het noorden blaast terwijl de zon achter dofgrijze wolken versmacht wordt?
Zijn er mensen die je horen? Die weten wat je meemaakt?
De geest is een raar ding.
Niemand begrijpt wat je voelt als onzin je leven beheerst.
Met een op mul drijfzand gebouwde zelfzekerheid moet je werken aan de wederopbouw van je geruïneerd geluk. De stoffige brokstukken betonrot van je verbrijzelde ziel zorgvuldig samenpuzzelen tot iets wat terug lijkt op een huis, waar je in kan wonen en slapen zonder wakker te worden omdat de spleten en kieren onophoudelijk fluisteren.
Je hebt je tafels en stoelen reeds lang verkocht want je had ze toch niet meer nodig.
Dus leen je er maar een paar,want je weet niet zeker of je morgen niet terug ontwaakt op aangestampte lemen grond.
Het lijkt onmogelijk om in de schijn van je onaanzienlijkheid terug vertrouwen te vinden of het troostende genadeschot niet te lossen.
Maar dan,
stilaan,
veel trager dan men van jou verwacht,
gaat de wind liggen en doorheen morsige ramen schijnt een zon van waterverf.
Je bleke huid huivert .
Wezenloos staart het raam je aan terwijl ongeloof je meester wordt.
Je gelooft al zo lang niet meer. En al zeker niet in oplossingen.
Maar dit voelt anders .
Er schijnt licht in de duisternis en de duisternis heeft ze dit keer niet gegrepen.
Dankbaarheid plooit zich omheen je ogen
Je voelt en dat is vreemd.
Hunkering verweekt een vaag verlangen, nog onbestemd en zonder doel.
De bodem is bereikt.
De dag herbergt het begin van een nieuw misschien.
maandag 1 februari 2010
Belofte
als eenzaamheid tastbaar wordt
en jouw lucht te dik om te ademen
zal ik je vriend zijn
om te spelen
ik zal zeggen dat je mee moet komen
zomaar , nergens heen
stappen op mijn weg naar overal
waar de lucht terug dunner is
ik zal je tonen,
wijzen met mijn hand
dat er geen horizon bestaat
maar dat dit geeneens zo erg is
want je zal zien
dat telkens weer,
elke meter verder er een nieuwe verschijnt
ik zal je bergen tonen ,
veel hoger dan verwacht
die we nooit zullen beklimmen
want dat zou zinloos zijn
vogels zullen boven onze hoofden vliegen
en we zullen ons afvragen
of ze soms bang zijn om te vallen
al is dat onzin natuurlijk
dat zal je wel weten
want je zal al veel weten
omdat je nu al zoveel weet
maar toch zal ik je leren
dat het leven niet zo belangrijk is
en de dood onafwendbaar
opdringerig aanwezig in onze harten
dat het ons heimelijk doet verlangen
naar -niets-, de grote trooster
ik zal je zeggen
dat het goed is
om zonder hoop te kijken
want dat hoop er enkel is
voor hen die hopeloos zijn
dan zal ik je hand terug loslaten
zonder dat je dat erg vindt
want je zal geleerd hebben
dat als gisteren verliefd wordt op morgen
vandaag slechts wezenloos achterblijft
en jouw lucht te dik om te ademen
zal ik je vriend zijn
om te spelen
ik zal zeggen dat je mee moet komen
zomaar , nergens heen
stappen op mijn weg naar overal
waar de lucht terug dunner is
ik zal je tonen,
wijzen met mijn hand
dat er geen horizon bestaat
maar dat dit geeneens zo erg is
want je zal zien
dat telkens weer,
elke meter verder er een nieuwe verschijnt
ik zal je bergen tonen ,
veel hoger dan verwacht
die we nooit zullen beklimmen
want dat zou zinloos zijn
vogels zullen boven onze hoofden vliegen
en we zullen ons afvragen
of ze soms bang zijn om te vallen
al is dat onzin natuurlijk
dat zal je wel weten
want je zal al veel weten
omdat je nu al zoveel weet
maar toch zal ik je leren
dat het leven niet zo belangrijk is
en de dood onafwendbaar
opdringerig aanwezig in onze harten
dat het ons heimelijk doet verlangen
naar -niets-, de grote trooster
ik zal je zeggen
dat het goed is
om zonder hoop te kijken
want dat hoop er enkel is
voor hen die hopeloos zijn
dan zal ik je hand terug loslaten
zonder dat je dat erg vindt
want je zal geleerd hebben
dat als gisteren verliefd wordt op morgen
vandaag slechts wezenloos achterblijft
Abonneren op:
Posts (Atom)