woensdag 31 maart 2010

Tegenlicht



Ongenaakbaar tovert naaktheid
haren in mijn nek
als het licht net daar valt
waar schaduw lust flateert

ze heeft knieën en handen
zelfs schouders
zoals ik
ze lijken niet belangrijk
te oordelen aan mijn blik
die afdwaalt langs haar lederen zachtheid
in de krochten van haar hel
waar het langzaam zijn beslag krijgt
op haar schaterende vel

zaterdag 27 maart 2010

maalstroom



als een vuist dof knijpt achter je borstbeen
als handen je hoofd in ijskoud water dwingen
als oogkleppen  je enkel nog vooruit doen kijken
verkleint de wereld tot verplichting,
lijkt schoonheid ver weg,
sterft tederheid in de wieg van ambitie

als alles roept om vertraging
als duizend handen duwen in je rug
als je steeds sneller moet rennen
verdwijnt de schuilplaats in een geest
waar men stil kan dromen
over levens die niet bestaan

Nu nog zoek ik handen
die elkaar zacht raken
wangen  
die strelend slaap vinden
in de troost van gesloten ogen

ik heb een wenend hart
dat  me smeekt te mogen blijven
maar ik heb het verkocht
er is voor betaald
het moet nu weg.

dinsdag 23 maart 2010

Minzaam

Waar doet het pijn
vroeg ze
met lieve ogen?
Waar zal ik beginnen
fluisterde ik
met stille handen?
Minzaamheid is zacht
als een lauwe zeebries
terwijl je tenen overspoeld worden
door rimpelgolfjes
op een zomerstrand
de horizon staart ver,
trillend in het zonlicht

vrijdag 19 maart 2010

Een zuchtje

droom mijn lieve kleine leven
als een paardjesmolen
in felle kleuren
hobbelend , op en neer.
meer dan wat rondraaiende schattigheid
is het niet
ik lach naar jou
jij streelt mijn haar
meer dan wat liefs
is het niet

Mededogen


Ogen groter dan het leven
staren spijkers in wat vijand lijkt
Met verwaaide aandacht
houdt zijn blik niets om handen
De uitgeholde wangen
maken hem mooier
terwijl een verdoofde woestheid
kloppend 
zijn geslagen wonden ontsteekt,
die hij netjes opborg
samen met de sleutels van erbarmen.
Hij wil niet getroost worden
want onzichtbaar tiraniseert de trots
een verbrijzelde ziel
Als zwalpend wrakhout,
losgeslagen uit de boeg
van een stuurloos leven
zijn z'n zintuigen ontdaan
van wat aanrakingen zacht maakt
De wereld schreeuwt ,
enkel nog,
binnensmonds gevloek

Zijn lichaam is pijn

zaterdag 13 maart 2010

JIJ



traag vertel ik je
al mijn verhalen
lettergrepen speld ik
je op de mouw
en jij, ach jij
luistert toch
altijd
als een zompig moeras
slik je mijn slijk
dat ik al jaren stort
in je onverzadigbaar verlangen
mij te kennen
te weten
mijn les te lezen
en mijn leven te vullen
met jouw allermooiste geschenken
en ik , ach ik
ik dram maar door...

Toch maar

En toch kuste ik je lippen
want telkens weer wist ik
weerzin te onderdrukken

geen Greta Garbo,
niet Audrey Hepburn
maar gefronste ernst

tussen je  benen
waar je haar krullend
volwassenheid preekte

maar wie was ik
om keurigheid te eisen
laat staan om kies te zijn?

vrijdag 12 maart 2010

Seventies



Toen was het hout op muren
nog nadrukkelijker dan nu
en kleurden formica stoelen vooruitgang
reeds gedateerd bij productie
Het beton was mooi
en grijs en ruw

Het waren wrange jaren van  kapsels
en broeken die vormloos uitdijnden,
van kleuren die niet mochten
Er was haar ,
teveel
op verkeerde plaatsen

Terwijl muziek klonk als cimbalen
was kunst pornografisch
Ik was getooid
in puistige verlegenheid,
van schoonheid verstoken
door jachtig geloof in mijn hormonen.

Kamers geurden naar flets zaad
makkelijk vergoten in verplichte geilheid
Vrouwen veinsden nymfomanie
op sleutelfeesten die geen vrijheid boden
doch enkel het falen vertelden
van een achtergelaten generatie

Kanker tierde welig in harige borsten
waarboven te grote snorren
die rookten,
steeds weer
Het einde van zorgvuldigheid
liet lelijkheid geboren worden.

zaterdag 6 maart 2010

Gezopen



de volgende ochtend
met ogen als molshopen
komt wat er is

moet ik mijn rolluiken optrekken
in de weerzin van een dag
na afgrijzen over de nacht

vergiftigd lig ik
twijfelachtig in de fauteuille
van mijn ongewassenheid

ik mistel de uren
die me scheiden
van zachte verdwazing

het gonst pijnlijke geruchten
dat dit nooit zal eindigen
als ik niet gewoon opniew begin

woensdag 3 maart 2010

Als gisteren verliefd wordt op morgen



gisteren werd verliefd op morgen
terwijl vandaag wezenloos achterbleef
nu wordt onbelangrijk ,
voor wie  leeft tussen pijn van toen
en angst voor dan
ingebeelde vrienden voor één scherm
bedwelmd door dronken avondliederen
morgen gaat gewoon weer door
als de knop wordt uitgezet
maar niet voor jou
want jij blijft achter
starend naar wat niet is
je hoort stemmen spreken uit zwarte letters
maar niemand roept je nog
traag dool je nog wat rond in de wereld
je bent verworden tot een toeschouwer
en af en toe wil je roepen
maar niemand hoort je 
je bent een deel van het beeld geworden
dat zij, de verworpenen gemaakt hebben
geen aanraking meer
al zo lang niet
geen enkele kus die smaakt naar meer
waar is het haar dat nat ruikt?
of de zilte geur na een lange nacht?
je gelaat schijnt wit als de maan