zaterdag 27 maart 2010

maalstroom



als een vuist dof knijpt achter je borstbeen
als handen je hoofd in ijskoud water dwingen
als oogkleppen  je enkel nog vooruit doen kijken
verkleint de wereld tot verplichting,
lijkt schoonheid ver weg,
sterft tederheid in de wieg van ambitie

als alles roept om vertraging
als duizend handen duwen in je rug
als je steeds sneller moet rennen
verdwijnt de schuilplaats in een geest
waar men stil kan dromen
over levens die niet bestaan

Nu nog zoek ik handen
die elkaar zacht raken
wangen  
die strelend slaap vinden
in de troost van gesloten ogen

ik heb een wenend hart
dat  me smeekt te mogen blijven
maar ik heb het verkocht
er is voor betaald
het moet nu weg.

1 opmerking:

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.