Gedachten tuimelden geruisloos uit zijn hoofd.
Ze vielen op een bodem van gebarsten huid waar ze bijna tastbaar werden.
Maar telkens hij ze wilde oprapen verdroogden ze lusteloos in een veel te hete zomerzon.
Ze zinderden doorheen de onbeweeglijke dagen van traag slepende weken
Meer dan slechts zuchtend ademen kon hij niet.
Wat zich voor hem uitstrekte was een teneergeslagen oneindigheid van krampachtig gekoesterde illusies.
Hij wilde niets liever dan zijn jeugd terug aantrekken als een kleed van beloftes en onbeperkte mogelijkheden
Maar het was te klein voor de grootte van zijn verlangen.
Gedachten stierven zachtjes op hun bed van inbeelding waarop ze altijd al geslapen hadden
Waar was het allemaal heen?
Wie was hij onderweg verloren?
De tijd knaagt genadeloos verder en langzaam werd hij uitgehold , tot slechts omhulde leegheid zijn vorm bepaalde
Hij had het gezien.
De vrienden van weleer bleven achter
Het was de plaats waar ze thuis hoorden
één woord : schitterend
BeantwoordenVerwijderen