Jij sliep zacht zuchtend in een zoomloze slaap die was uitgerafeld aan haar zijden randen.
Het licht viel blauw binnen en vepakte ons maanzieke bed van dons in een meer van rimpelloze dromen
Ik ademde moedeloos wat nachteenzaamheid naar je toe.
Donkere kamers brengen nimmer raad .
jij zou mijn slaap schrijven
jouw lijf is mijn houvast
kom me halen
zodat vergetelheid mij verdooft
terwijl het leven alsmaar,
alsmaar verder gaat