Heel diep
in mij ligt de zee
Ik hoor de
golven zacht breken,
op het
strand van mijn gedachten,
terwijl de
zon schijnt in mijn hoofd
Ik zou voor
eeuwig kunnen slapen
Maar als ik
alleen ben
leeft er
een geest in mijn huis
dwaalt hij
over mijn stormende water
en jaagt
het water op de muren van mijn kades
ik draai ,
keer , krimp en strek
ik zie
beelden die voor niemand bestemd zijn
hoor de
sirene zingen!
ze lokt me
naar haar klippen
machteloos
graag laat ik me leiden
naar mijn
schipbreuk.
Tot ik zink
in mijn eigen zee
die in het
donkerte van de nacht
eindeloos
zwart lijkt.