woensdag 19 oktober 2011

Oświęcim


Het gietijzeren geraamte vormde een onnatuurlijke sierlijkheid  in schril contrast met de strakke bakstenen kleurloosheid.

De lucht weende net niet, maar droeg weemoed in haar zware grijze borst.
Ik hoorde voeten schuifelen over verpulverde steen en zag streperige schimmen.
Blootvoets blauw, met zwartomrande nagels, keken zij zelfs niet meer op.
Er was geen afschuw of verzet.
Er was al langs niets meer.
Er was enkel "het", want zelfs leven kon men het niet noemen.

Wat als pijn is verdwenen?
Als hartslagen klinken alsof ze slechts dat kunnen ?
Als zelfs wanhoop is vervlogen?

Alles van waarde is weerloos.
Waardeloosheid herleidt het leven tot functies.

Ik wilde je roepen,
je terugroepen, want je liep slechts enkele meters voorop.
Ik wilde je vragen of ik voor één keer niet sterk mocht zijn.
Of ik je mocht vasthouden?
Of je wilde fluisteren dat alles goed zou komen?
In deze onmetelijke leegheid  wilde ik een stuk van ons leggen . Het voelde als een plicht.
Sommige daden kunnen tot verplichting leiden.

Ik wilde zalf zijn voor gekloven lippen en gebarsten huid.
Tranen voor gesloten ogen.
Nooit meer  was Sprakeloosheid meer toepasselijk.
Nooit meer zal ik zomaar sprakeloos zijn.
Nooit meer zal ik me afvragen waarom sommige woorden met een hoofdletter moeten worden geschreven, waarom het hun alleenrecht is. 

1 opmerking:

  1. "Hope dies last" schreef een overlevende. En alleen zij kunnen het weten.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.