donderdag 29 december 2011

Als het nacht is


En 's nachts komen de ridders,
zwartgehelmd met brandende ogen
ze steken lansen in mijn borst
op een plaats waar ooit mijn hart zat

ik ben vele stukken kwijt
maar mijn herinneringen
vullen de gaten in een puzzel
die veel te snel gemaakt was

verlies slaagt er niet in
lichamen te lijmen
maar dwingt tot mildheid
want wat weg is
is niet meer

dinsdag 13 december 2011

De middenstander sterft


Toen ik onlangs een grasmaaier ging kopen kwam ik terecht bij een firma gespecialiseerd in tuinmachines. Het was een heldere zaak met veel ramen, inspiratieloos neergepoot in een KMO zone waaraan een drassige weide was opgeofferd. De snelbouwmuren stonden naakt. De vloer van gepolierde beton was kraaknet.
In een hoekje was een rommelige werkplaats met half opengebroken 2takt motoren die stonden te wachten op vakkundige handen.
Ik bekeek de verschillende modellen van grasmaaiers toen een man mij vroeg of hij kon helpen. Ik draaide me traag om en toen onze blikken kruisten dacht ik vooral: Man! Kan ik je helpen?
Een graatmagere veertiger met uitgedund onverzorgd haar en een vaalgrijze gelaatskleur ademde ondiep in mijn richting. Schamele haarslierten kleefden tegen zijn voorhoofd. Hij was klam, zijn broek te groot , zijn blik dof. Zijn onaantrekkelijkheid had iets onwelvoeglijk. Ik zag een wit litteken in zijn hals.
Desondanks zijn deerniswekkende voorkomen overviel hij me toch met een verkoperspraatje waar ik naar aloude gewoonte moeiteloos intuimelde. Ik kocht een machine ver boven mijn vooropgestelde budget. De triomfantelijkheid die ik bij dergelijke verkopers dan meestal mag ontwaren bleef nu uit. Een brakheid nam bezit van zijn ogen.
Ik kon het maaiding niet onmiddellijk meenemen en vroeg hem reeds de papieren inorde te maken in afwachting dat ik het later die dag kwam ophalen.
Toen ik een uurtje later terugkwam was de man nergens meer te bespeuren. Een fris ogende premenopausale dame verwachtte me al. Ze tilde de machine eigenhandig in mijn wagen en vervolgens volgde ik haar naar het bureel waar we de betaling zouden afhandelen.
Mijn man is al naar huis vertelde ze me terloops terwijl ze druk noterend in haar boeken bezig was. Ze ging er van uit dat ik wist wie haar man was.
Vindt gij dat mijn man er ziek uit ziet balkte ze nu in haar verkavelingsvlaams?
Dat leek me even de “understatement “van het jaar, maar uit beleefdheid antwoordde ik : “Hij ziet er heel moe uit”.
Hij heeft kanker vertrouwde ze me toe. Verdorie dacht ik, wat vervelend. Nu ben ik wel verplicht een sociaal praatje te maken. Want zo ben ik dan wel, een harde bolster met een blanke pit. Altijd een luisterend oor voor de medemens in nood.
In een lokale geheimtaal vertelde ze me uitgebreid zijn lijdensweg. Hij had uitzaaingen ondertussen. Hij zou nooit meer genezen.
Hij had haar op een keer gevraagd of hij zijn ogen niet definitief mocht sluiten want hij was het moe. 
Ik begreep het allemaal maar al te goed, tot op het moment dat ze opkeek met een felle blik.
“Ik heb hem gezegd dat hij niet het recht had om nu op te geven. Hij moet doorvechten en zijn zaak overeind houden in het belang van de kinderen. De oudste is nu 18 . Nog even en dan konden zij de zaak overnemen. Wat zouden zijn kinderen wel niet denken moesten ze later de zaak mislopen enkel en alleen omdat hun pa niet lang genoeg wilde leven?”
Om haar hoefde hij zich geen zorgen te maken zei ze me nog. Zij was oud genoeg om voor zichzelf te zorgen.”
Ik keek enkele ogenblikken vol ongeloof.
Een gevoel van medelijden overviel me. Maar dit ebde snel weer weg. Ik was er namelijk van overtuigd dat de man er net hetzelfde over dacht. Vechten tegen de dood ging hier niet over “zoveel mogelijk tijd met elkaar door brengen”, maar om het levenswerk een veilige toekomst te bieden.
De middenstander denkt niet met zijn hart.
Hij zorgt ervoor dat hij zijn zaakjes op orde heeft. En de dood is hierin een vervelende spelbreker.
Ik was het nu wel zeker. Deze man zou tot zijn laatste dag wroeten. 
Als men hem kon garanderen dat zijn zaak zonder problemen zou overgaan op zijn kinderen was hij bereid vandaag nog zijn kop te leggen. 
Tot dan zou hij koppig weigeren.

zondag 11 december 2011

Kerst


Elk jaar opnieuw overvalt me een grotesk gevoel van tristesse als de feestdagen eraan komen. Tot voor kort was dat zuiver existentieel, ondertussen zijn er ook een aantal bijkomende externe factoren maar daar wil ik het geenszins over hebben, temeer ze het gevoel niet versterken.
Dat is dan ook niet mogelijk want de afschuw voor Kerst en Nieuwjaar zit me dermate in de genen gebakken dat ik, reeds van jongs af aan,  kotsend van miserie deze schijnvertoningen beleef.
Dit jaar werd ik echter wat op snelheid gepakt. Ik was er eigenlijk nog niet mee bezig, alweer om diverse, niet nader te noemen redenen, toen ik onvoorbereid en me van geen kwaad bewust gisteren de supermarkt binnenstapte om mijn wekelijkse aankopen te doen. Deze bestaan doorgaans uit niet selectieve en daardoor veel te dure kant- en klaarmaaltijden die dan uiteindelijk meestal nog niet eens te vreten blijken, hoewel de foto van de verpakking beweert dat het gaat om recepten van topchefs!
Ook al zo'n schare waar ik het niet moet van hebben .
Die keukenridders wanen zich tegenwoordig popsterren terwijl ze Godverdomme in potten staan te draaien. Maar pas op!  Geen kwaad woord over koks in het algemeen hé. Mijn eigen zoon wil kok of bakker worden. Het gaat me om de navelstaarderij en de onwaarschijnlijk hysterie als zo'n amper Nederlands brallende Sergio Hermans zijn overduidelijk zelfvermeende sex appeal nog maar eens  aan de man komt brengen.
Maar ik dwaal af.
De supermarkt dus.
Hoorde ik daar warempel geen Kerstmuzak uit hun veel te goedkope luidsprekers komen. U kent ze wel, de witte tonnetjes aan het plafond bevestigd met een roostertje voor dat om één of andere reden altijd al kapot is. Hoe kan dat vraag ik me dan af?
Rudolf, the Red nosed Reindier
Ik ging even zitten in een hoekje, kniëen opgetrokken en dacht eens een goed potje te huilen.
Maar in zo'n gevallen durft agressie het al eens overnemen.
Ik dacht, maar dat zal hier niet waar zijn dat ik tijdens mijn inkopen naar dergelijk prefab nostalagie zal gaan luisteren.
Ik stap dus kordaat naar de groentenafdeling zoek daar 2 mooie bussels prei, die ik pardoes in mijn beide oren plant.
Ik moet toegeven, wat pijnlijk in het begin. Vooral de fijne worteluitlopertjes kunnen vreselijk kietelen in je oren.
En als mijn oren kietelen dan moet ik niezen... Maar ook dat is een ander verhaal.
Goed,
Ik loop daar dus als een uit een stripverhaal weggelopen marsmannetje, terwijl de roedels veel te zware huismoeders, met etterende kinderen en van alle levensvreugde ontnomen achteropsloffende huisvaders zich aan hun alimentaire verzamelwoede overgeven.
De massale hypnose op zo'n dagen is dermate diepgaand dat niemand mijn preibundels opmerkte.
Eén kind begon luidkeels te bleiren toen het me zag terwijl hij in het karretje van zijn Michelinmoeder zat, die ver voorovergebogen in het vriesvak, haar ontspoorde lichaam alle triomf liet weggevallen.
Ik dacht, ai, arm mannetje, ik heb je doen schrikken, maar al gauw bleek dat het genetisch gepredisponeerd ventje, dat ondertussen toch ook al vocht tegen een BMI van rond de 30, mij gewoon voor de Kerstman aanzag. Wist het oligofreentje veel. Van thuis uit had hij waarschijnlijk nooit een goede beschrijving van de Kertsman gekregen, laat staan dat hij überhaupt enige vorm van opvoeding zou krijgen.
Met veel ellebogenwerk en koud angstzweet voor wat uiteindelijk nog de grootste verschrikking van een supermarkt is bereikte ik de kassa.
De rijen waren eindeloos en liepen door tot tussen de rekken.
Ik bevond me op olympische loopafstand van de verlossing, terwijl ik ongeduldig wachtte tot de vrachtwagens vol eetwaren werden afgerekend.
Ik keek wat rond en bleek me te bevinden in de rayons van de hygiënsiche verbanden.
Nu moet je mij eens iets uitleggen.
Waarom komt geen enkele feministe tegen dergelijke beschrijving in opstand. Maandverband wordt beschreven als " hygiënisch verband". Impliceert dit niet dat we vrouwen tijdens die periode onhygiënisch vinden??
Waarschijnlijk waren er een paar vetzakken die dit ook daadwerkelijk zo percipieerden maar mocht ik vrouw zijn ik zou daar nogal eens wat trammelant  over maken.
Waarom noemt men de onderbroeken van mannen geen hygiënische broeken? Ik zweer u dat van menig onderbroek, zelfs van heerschappen die er schijnbaar verzorgd uitzien, soep kan worden gekookt waar voldoende caloriën inzitten om een Somalische gemeenschap van de hongersnood te redden.

Toen ik de kassa bereikte keek het kassasujetje amper op.
Ze scande gedwee de barcodes en orakelde met een stem als een krassende specht het  te betalen gedrag.
Ik stompte mijn winkelkar naar de uitgang en net voor ik het pand wilde verlaten werd ik hardhandig vastgegrepen door twee echte buitenaardse wezen met uniformen die hen op politie moesten doen lijken maar die zelfs daarvoor het verstand niet hadden gehad en dus maar bij een bewakingsfirma waren gaan werken. Vermoedelijk voor het telefoondraadje dat ze dan in hun oren konden steken.
Ik keek onbegrijpend naar de beide baardapen die iets schreeuwden wat ik maar niet leek te verstaan.
Ik dacht: help, ik doe een hersenbloeding!! Ik ben doof!!!
Tot ze me naar mijn oren wezen.

De PREI is nog niet betaald meneer!!