donderdag 15 november 2012

Intercostaal neuralgie

heb je mijn stil onbeweeglijk beeld
geschilderd?
op het canvas van je witte droom?
niets vertelt ons wie je was
maar toch ben je hier,
veelvoudig aanwezig
ik tel je vingers
wel meer dan tien
je hart is verscholen
achter een tralies van 
pijnlijke ribben

November


Herfst stemt me veilig
haalt mijn waarheid op
Het vertelt waarom mens zijn
elke dag opnieuw
haar deeltje eist

donderdag 8 november 2012

Mijn vrouw





Ik hou van je.

Je t’aime

I love you

Ti amo

Te Quiero

Ich liebe dich



Hoeveel keer per seconde zou dit ergens ter wereld worden uitgesproken?

De uitdrukking wordt voortdurend gebruikt. Echter veel te vaak onzorgvuldig.

Men kan namelijk niet houden van voorwerpen of van gebeurtenissen zonder afbreuk te doen aan de enormiteit van emoties die met “echt” ‘houden van’ gepaard gaan.

We kunnen ook niet zomaar houden van personen en al zeker niet van meerdere personen.

We houden maar “echt” van één iemand.

Van één enkele persoon.

Wie beweert te houden van meerdere personen is of onoprecht of veel te nonchalant in zijn definiëring.

Ik hou slechts van één persoon.

Het gevoel is dermate exclusief dat het zich niet kan verdelen over anderen.

Ik kan wel andere mensen graag zien. En dit in gradaties.

Ik zie mijn zoon doodgraag en dit komt aardig in de buurt van ‘houden van’ maar is toch niet helemaal hetzelfde.

‘Houden van’ is absoluut.

Het is als met zwanger zijn: men is het of men is het niet.

Men houdt van iemand of men houdt van niemand.

‘Houden van’ is zo fundamenteel dat men het eigenlijk beter niet tracht te beschrijven.

En toch voel ik de noodzaak dit wel te doen aangezien mensen al te makkelijk grote woorden in de mond nemen.

Het verschil met ‘graag zien’ ligt in de overgave, de alomtegenwoordigheid en de onbegrensdheid van het gevoel.

Het is quasi onbeïnvloedbaar door externe factoren.

Het kent geen emotionele grenzen, geen voorwaarden noch regels. Het is een levensgrote en onwrikbare entiteit. Het is een deel van ‘zijn’.

Het beheerst de hersenen en het lichaam.

Het plaatst de rest van het leven in perspectief.

Het is een toetssteen, het fundament van de persoonlijkheid.

Het is een levensdrang en de wil om door te gaan.

Het is geenszins een bezitterigheid, noch een vereiste.

Het vraagt niets, het geeft enkel.

Het is de basis van al de andere emoties omdat het al de andere emoties kan beïnvloeden.

Wanneer ‘het houden van’ wegvalt verandert men fundamenteel van persoonlijkheid.

Wie niet “houdt van” behoort dat een andere categorie mensen. Er valt ook niet te communiceren met mensen die niet “echt” ‘houden van’ over ‘houden van’, omdat men niet kan praten over het wat men niet kent.

Zij die ‘houden van’ hoeven slechts te knikken of te knipogen. Je ziet het aan de blik in hun ogen, de beweging van hun handen en de zachtheid in hun stem.

Houden van is de basis voor harmonie.

Levenswater.

Zuivere lucht in een kamer vol zurigheid.

Het is een cirkel.

Een perfecte wiskundigheid

Een kosmische schoonheid.



Ik hou van haar

Ze vertaalt mijn lijden , verwoordt mijn twijfel, schildert mijn geluk en onthoudt mijn fouten, die ze dan zachtjes wiegt als een pasgeborene, omdat ze weet dat ze van mij zijn.

Ze is een transcendente filosofie. Een levenswijze.

Ik lijk op haar en zij op mij.

Wij hebben dezelfde huid, kijken met dezelfde ogen.

Ze is mijn eeneiigheid

Als ik in de spiegel kijk zie ik haar en zo is ze altijd bij mij.

Ik ben de schaduw van haar schaduw en tegelijkertijd het licht dat haar schaduw vormt.

Ze is mijn epicentrum en ik zal altijd haar ster zijn, tot ik uitdoof of als een supernova in miljarden sterrenstelsels uiteenspat,waardoor mijn oerknal een eeuwige echo van haar verblindend licht zal worden.

vrijdag 2 november 2012

Kerkhofblommen


Als het weer naar duister neigt,

de wolken zich in flarden scheuren langsheen de overvloed aan kerktorens die zich van de Westhoek over het Hageland tot diep in de Kempen als ter hemel weggeschoten pijlen kris kras in het landschap hebben geboord, is de tijd weer aangebroken.

De somberheid vervult onze Vlaamse harten en ‘familiegewijs’ trekken we na het obligate gebraad met groentenkrans en kroketten , overspoeld met bruine streekbieren en olierode wijnen naar de kerkhoven.

De sfeer van Vlaamse kermis is nooit veraf als de “kleine zelfstandige” neerstrijkt (net als de ordinaire straatduiven op Picadilly dat doen wanneer ze worden aangetrokken door de uitgedeelde mais en dit met een ongekende brutaliteit uit je handen pikken) voor de poorten van het kerkhof.

Chrysanten…

Het moeten ná pisbloemen zowat de meest ordinaire blommen zijn.

Maar ze passen perfect.

Ze versterken de bleke schamelheid die zich schildert op de gezichten van zij die ‘ter grave’ gaan. Je ruikt de keuken nog in hun kleren, de vadsigheid waarmee ze zich doorheen deze doorregende dag hebben geworsteld. Je hoort de stiltes die zijn gevallen toen de gesprekken aan tafel verstomden en er nog maar een glas werd op gedronken. Je voelt het gebrek aan begrijpen. De onmogelijkheid om zichzelf te verheffen doch slechts mee te gaan in de stoofpotmentaliteit die er heeft voor gezorgd dat er nog net geen muren omheen de “heerlijkheid” Vlaanderen zijn gebouwd.

Het is dé kerkelijke schaamlap voor onze vergetelheid die bij het vlieden van de tijd onvermijdelijk omvangrijker wordt en die bij de Godvrezende Vlaming een sluipend schuldgevoel doet wortelen in zijn reeds genetisch bezwaarde gemoed.

We kopen onze schuld af met blommen en een nutteloos bezoek.

Alles is nutteloos voor een overledene,dus ook het zich herinneren ervan.

Iets lijkt ons te verplichten om hen in gedachten te eren, maar het is me al die jaren nooit duidelijk geworden wat juist.

Het is niet meer dan wat egoïstische hoop dat we zelf nooit zullen worden vergeten.

Maar vergeten worden zullen we, uiteindelijk altijd.

Slechts enkele personen zullen in herinnering de tand des tijd doorstaan en zelfs zij hebben een beperkte houdbaarheid. Want wanneer de mens zal zijn uitgestorven zullen zij ook samen met hen verdwijnen.

Onze necrologie doet er niet toe, enkel wat je nu daadwerkelijk doet heeft belang,- ‘bij leven en welzijn’ om seksuele delinquent Jos Ghysen eens te parafraseren.

Een leven is zinloos.

Al zeker wanneer men het nadien gaat bespiegelen.

Het leven is nu.

In al zijn banaliteit en grootsheid. Met al zijn pijn en vreugde.

Ik hou niet van terugkijken en bijgevolg herinner ik me mijn doden niet.

Het brengt mij niets bij en hen al zeker niet.

Zand erover en zo hoort het.