donderdag 21 november 2013

De allerlaatste





Dit is het allerlaatste bericht op mijn blog.
Ik heb het gehad met virtualiteit
Alle vooruitgang ten spijt en alle voordelen overwogen kan men slechts tot de slotsom komen dat het gekakel op fora, sociale netwerksites en blogs oorverdovend is.
Het gebral is ondertussen zowat overal. Ik word er knettergek van. 
Het is moedeloos gewauwel in een zee van onbegrensde ruis.
Zelfs professionelen gaan ten onder aan hun eigen woorden drang. 
Ik zou mijn blog kunnen afsluiten zodat ik en anderen er nooit meer naar hoeven te kijken of er toevallig opsukkelen.
Maar ik laat hem staan als teken van zijn onnozeliteit 





Jij spreekt van mijn taal
Als je houding liefde wekt
Van kromgebogen schouders
Over gladgestreken plooien
Spreek je van mijn taal
In jouw hoofd leef ik altijd
Weer meer mens dan ooit
Wil ik jouw plezieren
Zal ik zijn wie jij blijft

vrijdag 5 juli 2013

De melaatsheid der dingen

Hing er reeds een geur van zomermest in de lucht, dan werd die nu wel ogenblikkelijk weggewaaid door een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Ongelukkig want onverdeeld.
Tijdens de zomermaanden zwalpt het nieuws tussen Brussel en Oostende, tussen achtergebleven politici en dagjesmensen.
Het is dan ook bevrijdend wanneer er gedurende deze dorre maanden, op tijd en stond, een nieuwswaardig feit plaatsgrijpt zodat Jan Becaus-achtigen niet in een diepe zomerslaap sukkelen.
Maar je zal het altijd zien: als er dan al eens iets gebeurt en men zich verheugt op lang uitgesmeerde berichtgevingen valt plots alles samen.
Drie juli was zo’n dag: de koning treedt af, een staatsgreep in Egypte en Jurgen VDB stapt uit de tour vanwege een val.
Deze drie topics, uitgesmeerd over een zomervakantie, zouden menig nieuwsgaarder al hebben doen likkebaarden, maar wanneer alles samen gebeurt krijgt men onvermijdelijk last van spetterende overloopdiarree.
Men wist niet waar eerst lopen, laat staan waar eerst naar te kijken, iets wat zich bijzonder vermakelijk etaleerde in de verschillende bulletins.
Journalisten stonden malkander in de weg, keken de verkeerde richting uit, stonden te wachten en beseften niet dat ze tezelfdertijd ook nog gefilmd werden door hun collega’s wat dan nutteloos live werd uitgezonden.
Dit leidde tot amusante scènes waarin neusgravende mannen, wilde gesticulerende vrouwen en GSM uitwisselend schorremorrie figureerden.
God mag weten wat er zo lachwekkend bleek toen één van hen het schermpje van zijn mobiele telefoon toonde aan zijn collega’s? Hun vettige lach deed niets fraais vermoeden maar ongetwijfeld zou het journaille ter verdediging inroepen dat bij het lange wachten op de persconferentie van een homofiele premier, overtuigde hetero’s zich al eens durven te buiten gaan aan het bekijken van blote tetten.
Althans, zo giste ik maar wat. Wist ik veel.
In het tumult van live uitzendingen vergeet men soms al eens de essentie.
Allerlei interessante en vooral oninteressante figuren werden vierklauwens naar de studio gesommeerd om daar vervolgens hun volkomen nutteloze mening over het gebeuren te ventileren.
Zo had men ergens op een afspanning , vermoedelijk in de Vlaamse ardennen, Baron Buysse van zijn paard getrokken en met maatpak en aardbeineus naar de studio gesleept. Want hij, als intimus van de koning en tot de adelstand verheven vleesgeworden kapitalist, moest toelichting komen geven over diens ontslag.
Tegenover hem zat een professor wiens naam ik me niet meer herinner en een mijnheer De Roover van de Vlaamse beweging( of zoiets) , (overtuigd republikein, dat dan weer wel), terwijl naast hem een huisvrouw zat ( of zoiets) in een voor haar veel te schaars T-shirtje en ons, hopelijk ongewild, haar blauwe bustehouder prijsgaf.
We hebben er wat naar geraden maar veel dichter dan “redactrice bij Story of Dag Allemaal” leken we professioneel niet te komen.
Ze kakelde vrolijk mee met Baron Ganzendonck, wat uiteraard haar taak was gezien zij zich aan zijn zijde van de tafel bevond en aldus in het kamp van de royalisten was terecht gekomen. Iets waar ze zich hoegenaamd niet leek over te schamen. De veradelde ‘entrepreneur’ om vanzelfsprekende redenen al evenmin.
Ondertussen werd op het Tahrir plein in Cairo de staat van beleg afgekondigd maar niets of niemand leek Nestor Becaus ervan te kunnen overtuigen even op te houden over de monarchie.
Het leek wel of Becaus, voor het eerst in jaren sinds het begin van zijn uitdeinend prostaatprobleem, terug gevoel kreeg in zijn ‘middenste’
Ik maakte me er lichte zorgen over dat hij ‘live’ zou orgasmeren.
Een mens mag daar maar beter niet teveel aan denken.

Een gezond plezier overviel mij echter toen ik hoorde dat Albert zou worden opgevolgd door Filip. Daar waar ik enkele minuten tevoren nog even dacht dat er misschien abrupt een einde aan de monarchie zou komen wenste ik nu heviger dan menig overtuigd royalist dat Filip de klus zou mogen klaren.
Ik droomde reeds weg bij de gedachte aan de heerlijke- met plaatsvervangende schaamte gevulde- momenten die hij zou opleveren om hem tenslotte finaal met paleis en ‘kartonnen-bord’ familie van het bordes te zien tuimelen.
Man, man, man wat een emoties!
Maar alras vermande ik me weder.

Deze vertoningen waren de waanzin ver voorbij en elk weldenkend mens zou moeten revolteren bij zoveel wereldvreemdheid.
Dan vond ik de reactie van die malle Egyptenaren, die amper een jaar nadat ze al eens een militair dictator van de troon hadden gestoten, het toen van vreugde bijna in hun broek deden en nu exact hetzelfde voorhadden met hun eigen democratisch verkozen leider, toch nog begrijpelijker! “To err is human” flitste er plots door mijn hoofd.
Geen idee waar ik dat nu weer zomaar vandaan haalde.

En die VDB dan dacht ik?
Wanneer krijg ik ’s mans wonden nu eens van dichtbij te zien?
Want een zelfverklaarde podiumkandidaat die uit de Tour stapt is natuurlijk geen kattenpis!
De Tour tout court is geen kattenzeik.
Ontdaan van anabole steroïden en Epo oogde de koers fletser dan ooit en is het dus des mensen al eens wat bloed te willen zien.
Wanneer zo’n peloton beenhespen zich met blinde leeghoofdigheid in een massaspurt stort hoop ik heimelijk dat er een valpartijtje van komt. Daar hoeven geen doden noch afgerukte ledematen bij te zijn doch een flinke schraapbeurt langsheen het asfalt levert mijns inziens heldhaftige plaatjes op.
Het is een kwalijk karaktertrekje, ik geef het toe.

Plots schakelde het beeld enkele jaren terug en zagen we de kroonprins en z’n gade samen met hun royale koters, in ‘Disneyland’, de volgende historische zinnen op de perfecte plaats orakelen: “ bedankt om prinsen en prinsessen zo populair te maken”

Filip is een genie. Hij is de eerste Saksen-Curryworst die het door heeft.
Prinsen en prinsessen van deze wereld zouden meer in Disneyland moeten toeven om tot hetzelfde diepe inzicht te komen als onze Koninklijke hark.
Albert is verdomme veel te laat afgetreden!
Al wie niet gelooft in Filip of meer vertrouwen stelt in een andere mutant van deze familie is dwalende of moedwillig misdadig.
Filip is de toekomst!
Het begin van het einde!

Er bestaat dan toch nog gerechtigheid, concludeerde ik dankbaar, waarop ik mijn rozenkrans bovenhaalde om verder te brevieren.

zaterdag 18 mei 2013

Mijn rots


Ik las het als de laatste zinnen in het boek " Absurde overvloed" van Michael Foley:
" Maar dan doorstroomt ineens de glorie van de mens- tegendraadsheid-zijn ziel met een bedwelmende grimmigheid en ergernis. Hij kan weerstaan. Hij kan weigeren. Hij kan nee zeggen.  Of liever, hij kan vol arrogantie en nederigheid , rebellie en aanvaarding , absurditeit en geluk, met een liefkozende tik zeggen: ' Dit is mijn rots'

Voor diegenen die het boek niet gelezen hebben: het gaat hier om beeldspraak waarin de "Sisyphus arbeid" gebruikt wordt om aan te tonen dat niemand kan ontkomen aan "de marteling van de keuze"
"Arbeid maakt niet vrij" stelt Foley bij monde van zijn Goden.
Het feit dat een mens kan kiezen voor zijn rots met al zijn onvolkomenheden en de onontkoombare fataliteit dat het werk van hem naar boven op de berg te rollen nooit gedaan is geeft de mens de keuze.
Men kan rebelleren en kwaad worden , zich verzetten terwijl men het absurde gevoel van controle over zijn eigen leven en dat van anderen blijft nazoeken of men kan bij het uitoefenen van zijn "Sisyphus arbeid" gewoonweg erkennen dat dit het is. As good as it gets.

Ik vind dat mooi.
Het is niet nieuw, want het werd in het Boeddhisme duizend jaar geleden reeds gepredikt, maar ik vind de beeldspraak mooi.
Toen Sartre schreef: " Het woord Absurditeit vloeit vanzelf uit mijn pen" in zijn boek "De Walging" gebruikte hij dat gevoel om zich metafysisch kokhalzend leeg te schrijven. Het levert een donker en cynisch meesterwerk op dat de tand des tijds moeiteloos doorstaat.
Men kan als mens inderdaad de banaliteit van zijn leven en de gewone dingen die er deel vanuit maken walgelijk vinden omdat ze ons onvermijdelijk confronteren met zinloosheid.
We gaan er vanuit dat we er ooit zouden kunnen aan ontsnappen mochten we de juiste sleutel vinden of lang genoeg zoeken. Het is dit najagen van zo'n  hersenschimmen en het onvermijdelijke falen dat ermee gepaard gaat dat ons doet walgen.
Er is echter slechts één remedie. Slechts één medicijn.
Liefde: de onvoorwaardelijke overgave aan de onvolkomenheden van elkanders rotsblok.

Ik ben niet vies van een goed potje walging en kokhalzen en het overvalt me dan ook op geregelde tijdstippen. Dan geef ik me over aan een ongebreideld misantropisme waarbij ik kots en schijt op alles en iedereen, niet in het minst op mezelf.
Maar het drama van de misantroop is dat hij mensen nodig heeft.
Ik geef vandaag mijn rots een tikje, ik kijk er naar : het is een lelijke rotsblok, vol met hoeken en kanten met groteske spleten en afkruimelende randen, maar het is mijn rots. Mijn trots. En ik weet dat zij hem ook mooi vindt. En dat als de helling stijl wordt we elkaar een handje zullen helpen.
Het maakt niet uit hoe vaak ik hem nog naar boven zal moeten duwen. Het maakt me niet uit hoe vaak hij nog terug rolt.
Zolang het maar mijn rots blijft. Zolang ze maar af en toe blijft meeduwen
Zolang onze rotsen maar niet vervangen worden door glad gepolijste ballen, die over een biljartvlak groen laken rollen, want dan wil ik hen met een virtuoze carambole in de verste pocket mikken en met plezier het spel beëindigen.

vrijdag 17 mei 2013

De onschendbaarheid van dieren en kinderen

Er staat opnieuw een artikel in “de morgen” omtrent het gebruik van dieren ( en zelfs kinderen) in kunst.
Blijkbaar moet één of andere rabiate dierenliefhebber binnen de redactie tijd genoeg hebben om zich te verdiepen in wat nu allemaal niet mogelijk zou mogen zijn wanneer we dieren, kinderen en artiesten samenbrengen.
De allereerste vraag die men zich zou moeten stellen is: “ wat is kunst”, waarop men al snel het antwoord schuldig zal moeten blijven. Er zijn miljoenen definities door de eeuwen heen geformuleerd , de ene al potssierlijker dan de andere , de ene al subjectiever dan de andere.
Kunst is niet te vatten in objectieve bespiegelingen omdat subjectiviteit nu net de kern uitmaakt van kunst. De appreciatie is allerindividueelst.
De Tachtigers verkondigden het reeds, bij monde van Willem Kloos kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Van diezelfde Kloos is ook de uitspraak “ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.”
Kunst draait dus vooral om emotie.
Het is totaal onbelangrijk of een individu of een groep een “kunstwerk” slecht vindt .
Het wordt wel bijzonder onnozel wanneer iemand gaat beweren dat iets wat door sommigen als kunst wordt bestempeld eigenlijk geen kunst is.
Zo’n een sujetten stellen zich boven alle mensen en claimen dus te kunnen bepalen dat zij alleen weten wat kunst is.
Wanneer men echter specifieert: “ IK vind dit geen kunst” dan kan ik daar mee leven. Dan wordt alles terug in proportie gebracht en stelt men dus dat in zijn allerindividueelste oordeel en naar zijn allerindividueelste mening iets geen kunst is.
Laat ons ter zake komen.
Wanneer Jan Fabre katten op de trappen van het stadhuis in Antwerpen omhoog gooit dan kan een individu gerust claimen : Ik vind dit geen kunst. Hij kan niet claimen: dit is geen kunst.
De hysterie die hier echter de zaak compliceert is deze van het dierenwelzijn en het idee dat er geen vrije keuze bestaat voor het gebruikte kunstobject, in casu een levend wezen ( kat).
Veel controverse ook rond het plaatsen van afgehakte hondenkoppen rond een onschuldig ogende baby of het inhakken op een dode hond van Koen Theys.
Dierenliefhebbers, veggie’s en ander ongein rollen kotsend van misselijkheid over de vloer voor zoveel gruwelijkheid. Het is hun volste recht.
Maar kunst is maar echt goed als ze emotie oproept en losstaande van het feit of ik dit kunst vind moet ik alvast vaststellen dat het weldegelijk emoties oproept.
Ik denk dat we de definitie van kunst zelf nog scherper kunnen stellen: hoe heviger de emotie, hoe beter de kunst.
Door de eeuwen heen zijn kunstenaars verketterd geweest. Later, vaak na hun dood, als het stof van de controverse was gaan liggen werden ze dan uiteindelijk als grote kunstenaars gezien want bleken ze eigenlijk taboedoorbrekend geweest te zijn.
Het feit dat er vandaag artikels worden geschreven over dergelijke “kunst” en het feit dat een bepaalde categorie mensen hier kostmisselijk van wordt bewijst dat het zijn “kunstig” nut heeft.
De zelfverklaarde kunstcritici van deze wereld bewijzen deze kunst dus niet alleen een grote eer, maar vooral ook een grote dienst.
Zij komen tegemoet aan de vraag die een kunstenaar en bij uitbreiding de mens universeel stelt: “ hoor mij!”; “zie mij!”; “luister naar mij!”. Er is geen grotere eer voor een kunstenaar dan dat ‘fournisseurs’ in mediocriteit hun werken walgelijk vinden. Het beklemtoont hun belang.
Slechts wanneer een zelfverklaard kunstenaar genegeerd wordt sterft samen met hem zijn kunst en wordt het geen kunstwerk meer.

donderdag 16 mei 2013

Dierenliefhebbers...

Ik heb een hekel aan honden.

Nu ik het bedenk heb ik eigenlijk een hekel aan de meeste beesten die zich in de buurt van de mens ophouden.
En ik moet hilarisch lachen met mensen die bij zo’n uitspraak dan met stelligheid gaan beweren dat wie dieren niet graag ziet ook de mensen niet graag ziet.
Het is namelijk waar.
Maar honden werken met lengte voorsprong op mijn fragiele zenuwen, op korte afstand gevolgd door met snotvalling besmette kinderen.
Er is mijns inziens op deze aarde geen dwazer beest voor te stellen als een hond.
Een aantal kynologen beschrijven de hond als een gedomesticeerde ondersoort van de wolf!
Wel dat vind ik nu nog eens grappig.
Er zijn twee woorden in deze beschrijving die veelzeggend zijn: “ondersoort” om evidente reden en gedomesticeerd.
Het laatste verdient wat uitleg. Elk beest dat zich in de geschiedenis van de mens heeft laten domesticeren heeft eigenlijk niets anders gedaan dan zich verknecht.
Hij heeft de mens als zijn meerdere in de hiërarchie erkend.
Daar wringt het schoentje.
Het mijne althans.
Beesten die zich laten domesticeren kunnen niet op mijn sympathie rekenen. Het is een nefaste evolutie die zou moeten worden omschreven als een vorm van parasitaire symbiose, waarbij de mens het beest gemakkelijk eten en onderdak verschaft, maar daarvoor in de plaats van het dier eist dat het zijn lijfeigene wordt.
De hond als anabole steroïde voor het ego.
Want zelfs al word je in de mensenwereld door niemand meer ernstig genomen, dan nog kan je er gif op innemen dat een hond gedwee zal zitten, liggen, knielen, pootjes geven of rond zijn as tollen op jouw eenvoudig commando.
Deze zekerheid is wat veel hondadepten aantrekt om zich zulks een “hijgende onderdanigheid” aan te schaffen.
Wat ik aan honden dan wel weer waanzinnig leuk vind is hun onweerstaanbare neiging om met hun neus in je kruis te poken, terwijl ze er zwaar snuivend kwijlplekken op achterlaten.
Je kent de situatie ongetwijfeld wel. Uitgenodigd op een feestje bij vrienden sta je in een groepje lustig te keuvelen tot de hond des huizes losgebroken uit de master bedroom zich vierklauwens toegang verschaft tot de feestruimte. Wild kwispelend stoot hij één en ander omver en stormt vervolgens resoluut af op één van de gasten.
Terwijl het bazinnetje al hysterisch schreeuwend de legio namen scandeert, als daar zijn: “ Blakkie, Lassie of Fifi godbetert” ploft deze schurftige degeneratie zijn natte neus in de schaamstreek van het slachtoffer.
Iedereen denkt onmiddellijk hetzelfde: “ waarom ruikt dat beest nu precies daar?”
Het slachtoffer beseft onmiddellijk dat hij zich in de onverkwikkelijke situatie bevindt waarbij zijn medegasten hem of haar er van verdenken een sterk ruikend geslacht te hebben.
Kijk de tranen schieten mij nu nog in de ogen wanneer ik mij het tafereel voorstel.
Iedereen gegeneerd , de gastvrouw niet in het minst. Want aangezien haar trouwe vriend een verlenging is van haar eigen ego lijkt het wel of ze zelf schaamteloos haar neus tegen de foef of de charel van een gast aandrukt.
En hoewel ze dat in sommige gevallen misschien zelfs wel zou willen is het niet de bedoeling dat dit door iedereen kan worden opgemerkt.
Meestal mompelt ze ook nog zo iets als: dat doet hij bij ons nu nooit hé!
Als ik zelf het slachtoffer wordt van dergelijke aanranding maak ik er een erezaak van luid op te merken:” inderdaad Blakkie, hij is nog niet zo lang geleden gebruikt voor die zaken waar jouw baasje tegenwoordig op verplaatsing gaat spelen de opmerking van het bazinnetje daarnet indachtig.”







donderdag 21 februari 2013

De Gouden Saté

Julien van de frituur de Gouden Saté is dood.
Dat is blijkbaar een artikeltje waard in “De Morgen”.
De necrologie leest als een reclamefolder voor “Mora” .
In het artikel wordt gewag gemaakt van een hardwerkende man die geen dag in de week rustte. Wat meer is, deze brave ziel nam nooit vakantie! Het werd zomaar geopperd als ware het een verdienste!
Hij stond voortdurend klaar voor zijn eeuwig hongerige studenten die zo’n hapklare brok hypercholesterolemie altijd wel kunnen smaken, al was het maar omdat het in Belgie nog steeds de goedkoopste warme maaltijd is tenzij men aanspraak kan maken op voedselbedelingen van Poverello.
Ah! De nostalgie!
De tienduizenden studenten die Gent in de afgelopen decennia rijk is geweest zijn allen vroeg of laat wel eens bij Juliën aangespoeld. Vaak bij nacht en ontij na teveel drank en te weinig wijven waardoor bij gebrek aan het vooruitzicht op zatte seks en het schrijnende tekort aan suikers ten gevolge van een overmatige ethanolconsumptie een “grote friet met frikandel special” ( extra ajuin, graag) voldoende soelaas kon bieden om na consumptie ervan in een droomloze slaap te vallen en de eerst lesuren van de volgende dag feestelijk te brossen wegens te stuporeus.
We zwansden tegen Julien. Dat hoorde zo. En Julien zwansde terug. Nu menen velen , de journalist van het bewuste artikel incluis, dat Julien eigenlijk een filosoof met missie was. De mannelijke versie van een soort nachtelijke “min” . De man die niet wou rusten omdat zijn cliëntèle anders honger zou lijden.
Ik wil de nagedachtenis van deze volkse figuur niet besmeuren maar ik vrees dat de realiteit wel wat minder prozaïsch was.
Julien was het prototype van de vleesgeworden kleine zelfstandige, met alle onhebbelijkheden van dien.
De verheerlijking van het eigen werktempo. Het arbeidsethos tot Allerzielen verheffend, om de meer “gemene” reden te bedekken. En zelf ongetwijfeld hondengierig , waarvan zijn op 30 jaren tijd nooit opgefriste frietkot als bewijs.
Als ik terugkijk op het leven van Juliën, althans het deel waarop mij een blik wordt gegund door mijn eigen bezoeken en door de dingen die over hem worden geschreven nu hij is overleden overvalt me vooral een gevoel van droefenis.
Zo banaal kan het leven dus worden. Zo leeg en inhoudsloos. Frieten bakken. Dag in, dag uit.
Het weze de man natuurlijk gegund en samen met hem zijn er ongetwijfeld miljarden mensen ter wereld die zich onledig houden met weinig geestverheffende bezigheden doch over die mensen wordt niet geschreven. Niet omdat we ons daarvoor te goed zouden voelen maar vooral omdat het mateloos oninteressant is.
Het leven is voor sommigen onder ons vooral inhoudsloos.
Dat is geeneens zo erg, wanneer de persoon in kwestie daar bovendien nog eens een zeker geluk uit puurt.
Maar ik kan me dat niet voorstellen bij Julien.
Hij was het slachtoffer van zijn eigen beperktheid en van zijn eigenhandig dichtgetimmerde zelfstandigenkont, bang dat hij op een zwak moment zichzelf toch eens een pleziertje zou gunnen.
Ik kan niet nalaten terug te denken aan een donderdagnacht ergens in de jaren tachtig, waar ik met mijn zatte kloten ook eens tot bij Juliën zwalpte. Ik was er alleen. Dat was vrij uitzonderlijk in zijn “kot”. En hoewel ik ridderlijk toegeef hem niet getrakteerd te hebben op filosofische bespiegelingen of meer banale weetjes zoals het weer, meen ik me toch nog te herinneren dat ik beleefd was en gewoon wat conversatie wou maken.
Ik vroeg hem dus of hij elke nacht zo laat open bleef en of dat niet lastig was voor hem? Of hij dat nooit beu raakte?
Ik dacht eerst dat hij mij niet gehoord had boven het pruttelende vet , dus herhaalde ik mijn vraag nog eens , maar nu wat luider.
Hij draaide zich om, terwijl hij de frietmand boven de ketel hield waarmee hij hevig aan het schudden was en bromde met de paar neuronen die zijn stembanden aanstuurden: “ Wadest? Est voor te zoage da ge komt?
Ik zeg neen, Julien, ik kom voor frieten.
Awel bestelt ze dan! Bralde hij terug.
Sta me dus toe de sympathieke heldendichten over deze markante man wat te relativeren.
Onwillekeurig krijg ik het gevoel dat de man gewoon een onwaarschijnlijk dwaze kloot was, die eigenlijk niets anders kon dan frieten bakken en er vooral niet in sloeg zich vrij te maken van de zinloze last die hij op zijn schouders laadde door elke dag gedurende 30 jaar te blijven werken.

donderdag 14 februari 2013

Lente

Ik streel je vrolijke gedachten,

vervang je woorden op papier

Het is nog winter

toch zing je al lente



Dan laat je kruiswoordraadsels

ontkiemen op mijn buikvlies

Ze vormen de zinnen

die ik je altijd al wilde fluisteren

Slechts een woord


Gent zal het woord allochtoon schrappen naar analogie met de krant “De Morgen” en de stad Amsterdam.

Sta me toe dit een bijzonder infantiele manier van integratiepolitiek te vinden.

Het is zoals reeds werd geopperd plat populisme naar analogie met het De Wever populisme aan rechterzijde van het politieke spectrum.

Woorden zijn maar woorden. Ze zijn vooral belangrijk voor zij die... er zich van bedienen om hun kost te verdienen.

Schrijvers, journalisten , politiekers, leraars.

We gebruiken allemaal taal om te communiceren, maar het gros van de mensen beseft dat taal vatbaar is voor interpretatie en dat men aan woorden niet al te veel belang moet hechten.

Staalarbeiders maken staal, stilzwijgend zwoegend in de hitte van de hoogovens. Naast hen staat Abdel of Najib of Boris of Piet, verscholen onder hun futuristisch ogend ruimtepakje. Ze zweten zich te pletter. Ze praten met gebaren .

Verpleegsters strelen handen , verversen pampers en wassen vuile konten, verzorgen etterige wonden en glimlachen troost in de ogen van hun patiënten. Er klinken woorden maar die verbleken in de aanschijn van een aanraking.

Ook in de liefde en vriendschap wordt beter niet teveel gepraat. Woorden zijn slechts zwakke dragers van gevoelens.

Woorden leiden ons af van de essentie.

Het zijn vaak dure verpakkingen voor goedkope kadootjes.

Als een allochtoon zich in de politiek begeeft lijkt hij zich vrij snel te adapteren aan het politieke spel.. Plots wordt alles symboliek. Breed glimlachend voor de camera orakelend dat zijn stad nu tot de meest progressieve van Vlaanderen kan beschouwd worden. De rots in de branding tegen het oprukkende conservatisme dat zich als vuile olievlek langzaam uitbreidt over Vlaanderen.

We gaan “het” niet meer gebruiken zegt men in Gent.

Wel weet je wat: “ de man in de straat” heeft dat woord nooit gebruikt! De woorden die zij gebruiken klinken heel wat minder fraai.

Trouwens met welk een recht zal de politiek beslissen welke woorden nu gangbaar worden.

Politiek moet aan politiek doen en zich ver weghouden van semantische spelletjes. Dat doen ze onbewust al meer dan genoeg.

Bovendien vind ik “Gentse Bulgaar”, of “Turkse Gentenaar” al even discriminerend als het woord allochtoon. Het is zelfs nog meer discriminerend want men gaat de vreemde afkomst nog eens specificeren, zodat we goed weten van welk land de voorouders van de allochtoon afkomstig zijn. Zodat we ook goed kunnen in kaart brengen welke de goede en welke de slechte allochtonen zijn.

Het is vermoedelijk niet toevallig een “Turkse Gentenaar” die het plan lanceert. Turken in Gent hebben de neiging niet bepaald sympathiek om te gaan met laat ons zeggen “Gentse Marokkanen”. Ze zijn er niet vies van de problematiek van de migratie buiten hun gemeenschap te willen plaatsen en hebben doorgaans een vrij rechts politiek gedachtegoed.

De Turkse staat is daar een goed voorbeeld van.

Kortom. Ik voel me niet geroepen om het woord allochtoon uit mijn vocabularium te schrappen.

Het is een zinloze daad.

donderdag 10 januari 2013

Dorpspolitiek


Denderleeuw, gehucht aan de Dender. Kluchtig boerendorp met verstedelijkte ambities. Vastgeroeste mediocriteit in een nietszeggende provincie. In de schaduw van steden die ook al even grijs als het Denderslib kleuren.
Voorstad van Dhaens’ erfenis.
Plots staat het in de schijnwerpers.
Zijn verkozenen die in normale tijden niet geacht worden nationale uitspraken te doen-God beware ons- mogen vandaag in de microfoons kwaken. Dan moet men natuurlijk geen proza verwachten, laat staan poëzie.
Dorspolitiek blijft het voorrecht van de gewone man en dat is maar goed ook.
Ik sta echter niet te springen om het gewauwel van de lokale champetter met politieke ambities te moeten aanhoren.
Koppig ook, zo zijn ze wel.
Zelfs wanneer men krokodilcorifeeën op hun ‘hol van Pluto ‘afstuurt om daar de lokale notabelen aan te zetten tot het gebruik van hun pendelverstand dan nog zeggen deze backbenchers ‘fuck off’. Het levert hen de sympathie op van de lokale middenstand waarschijnlijk.
Laat Denderleeuw toch gerust aub, dadelijk krijgt het nog iemand in zijn kop er een aflevering van Vlaanderen vakantieland aan te wijden en moeten we in de ongetwijfeld rustieke dorpsafspanning “De Heeren van Liedekercke” streekbieren gaan proeven.
Ik hoop dat het Vlaams Belang in Denderleeuw haar rol kan spelen want met 2.3% vreemdelingen heb je toch wel een gigantisch probleem waarschijnlijk.
Pendeldorp gevuld met pendelaars en zwendelaars.
Arm Vlaanderen.
Arme politiek.
Aan de armen van de Dender.