donderdag 21 februari 2013

De Gouden Saté

Julien van de frituur de Gouden Saté is dood.
Dat is blijkbaar een artikeltje waard in “De Morgen”.
De necrologie leest als een reclamefolder voor “Mora” .
In het artikel wordt gewag gemaakt van een hardwerkende man die geen dag in de week rustte. Wat meer is, deze brave ziel nam nooit vakantie! Het werd zomaar geopperd als ware het een verdienste!
Hij stond voortdurend klaar voor zijn eeuwig hongerige studenten die zo’n hapklare brok hypercholesterolemie altijd wel kunnen smaken, al was het maar omdat het in Belgie nog steeds de goedkoopste warme maaltijd is tenzij men aanspraak kan maken op voedselbedelingen van Poverello.
Ah! De nostalgie!
De tienduizenden studenten die Gent in de afgelopen decennia rijk is geweest zijn allen vroeg of laat wel eens bij Juliën aangespoeld. Vaak bij nacht en ontij na teveel drank en te weinig wijven waardoor bij gebrek aan het vooruitzicht op zatte seks en het schrijnende tekort aan suikers ten gevolge van een overmatige ethanolconsumptie een “grote friet met frikandel special” ( extra ajuin, graag) voldoende soelaas kon bieden om na consumptie ervan in een droomloze slaap te vallen en de eerst lesuren van de volgende dag feestelijk te brossen wegens te stuporeus.
We zwansden tegen Julien. Dat hoorde zo. En Julien zwansde terug. Nu menen velen , de journalist van het bewuste artikel incluis, dat Julien eigenlijk een filosoof met missie was. De mannelijke versie van een soort nachtelijke “min” . De man die niet wou rusten omdat zijn cliëntèle anders honger zou lijden.
Ik wil de nagedachtenis van deze volkse figuur niet besmeuren maar ik vrees dat de realiteit wel wat minder prozaïsch was.
Julien was het prototype van de vleesgeworden kleine zelfstandige, met alle onhebbelijkheden van dien.
De verheerlijking van het eigen werktempo. Het arbeidsethos tot Allerzielen verheffend, om de meer “gemene” reden te bedekken. En zelf ongetwijfeld hondengierig , waarvan zijn op 30 jaren tijd nooit opgefriste frietkot als bewijs.
Als ik terugkijk op het leven van Juliën, althans het deel waarop mij een blik wordt gegund door mijn eigen bezoeken en door de dingen die over hem worden geschreven nu hij is overleden overvalt me vooral een gevoel van droefenis.
Zo banaal kan het leven dus worden. Zo leeg en inhoudsloos. Frieten bakken. Dag in, dag uit.
Het weze de man natuurlijk gegund en samen met hem zijn er ongetwijfeld miljarden mensen ter wereld die zich onledig houden met weinig geestverheffende bezigheden doch over die mensen wordt niet geschreven. Niet omdat we ons daarvoor te goed zouden voelen maar vooral omdat het mateloos oninteressant is.
Het leven is voor sommigen onder ons vooral inhoudsloos.
Dat is geeneens zo erg, wanneer de persoon in kwestie daar bovendien nog eens een zeker geluk uit puurt.
Maar ik kan me dat niet voorstellen bij Julien.
Hij was het slachtoffer van zijn eigen beperktheid en van zijn eigenhandig dichtgetimmerde zelfstandigenkont, bang dat hij op een zwak moment zichzelf toch eens een pleziertje zou gunnen.
Ik kan niet nalaten terug te denken aan een donderdagnacht ergens in de jaren tachtig, waar ik met mijn zatte kloten ook eens tot bij Juliën zwalpte. Ik was er alleen. Dat was vrij uitzonderlijk in zijn “kot”. En hoewel ik ridderlijk toegeef hem niet getrakteerd te hebben op filosofische bespiegelingen of meer banale weetjes zoals het weer, meen ik me toch nog te herinneren dat ik beleefd was en gewoon wat conversatie wou maken.
Ik vroeg hem dus of hij elke nacht zo laat open bleef en of dat niet lastig was voor hem? Of hij dat nooit beu raakte?
Ik dacht eerst dat hij mij niet gehoord had boven het pruttelende vet , dus herhaalde ik mijn vraag nog eens , maar nu wat luider.
Hij draaide zich om, terwijl hij de frietmand boven de ketel hield waarmee hij hevig aan het schudden was en bromde met de paar neuronen die zijn stembanden aanstuurden: “ Wadest? Est voor te zoage da ge komt?
Ik zeg neen, Julien, ik kom voor frieten.
Awel bestelt ze dan! Bralde hij terug.
Sta me dus toe de sympathieke heldendichten over deze markante man wat te relativeren.
Onwillekeurig krijg ik het gevoel dat de man gewoon een onwaarschijnlijk dwaze kloot was, die eigenlijk niets anders kon dan frieten bakken en er vooral niet in sloeg zich vrij te maken van de zinloze last die hij op zijn schouders laadde door elke dag gedurende 30 jaar te blijven werken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.