zaterdag 18 mei 2013

Mijn rots


Ik las het als de laatste zinnen in het boek " Absurde overvloed" van Michael Foley:
" Maar dan doorstroomt ineens de glorie van de mens- tegendraadsheid-zijn ziel met een bedwelmende grimmigheid en ergernis. Hij kan weerstaan. Hij kan weigeren. Hij kan nee zeggen.  Of liever, hij kan vol arrogantie en nederigheid , rebellie en aanvaarding , absurditeit en geluk, met een liefkozende tik zeggen: ' Dit is mijn rots'

Voor diegenen die het boek niet gelezen hebben: het gaat hier om beeldspraak waarin de "Sisyphus arbeid" gebruikt wordt om aan te tonen dat niemand kan ontkomen aan "de marteling van de keuze"
"Arbeid maakt niet vrij" stelt Foley bij monde van zijn Goden.
Het feit dat een mens kan kiezen voor zijn rots met al zijn onvolkomenheden en de onontkoombare fataliteit dat het werk van hem naar boven op de berg te rollen nooit gedaan is geeft de mens de keuze.
Men kan rebelleren en kwaad worden , zich verzetten terwijl men het absurde gevoel van controle over zijn eigen leven en dat van anderen blijft nazoeken of men kan bij het uitoefenen van zijn "Sisyphus arbeid" gewoonweg erkennen dat dit het is. As good as it gets.

Ik vind dat mooi.
Het is niet nieuw, want het werd in het Boeddhisme duizend jaar geleden reeds gepredikt, maar ik vind de beeldspraak mooi.
Toen Sartre schreef: " Het woord Absurditeit vloeit vanzelf uit mijn pen" in zijn boek "De Walging" gebruikte hij dat gevoel om zich metafysisch kokhalzend leeg te schrijven. Het levert een donker en cynisch meesterwerk op dat de tand des tijds moeiteloos doorstaat.
Men kan als mens inderdaad de banaliteit van zijn leven en de gewone dingen die er deel vanuit maken walgelijk vinden omdat ze ons onvermijdelijk confronteren met zinloosheid.
We gaan er vanuit dat we er ooit zouden kunnen aan ontsnappen mochten we de juiste sleutel vinden of lang genoeg zoeken. Het is dit najagen van zo'n  hersenschimmen en het onvermijdelijke falen dat ermee gepaard gaat dat ons doet walgen.
Er is echter slechts één remedie. Slechts één medicijn.
Liefde: de onvoorwaardelijke overgave aan de onvolkomenheden van elkanders rotsblok.

Ik ben niet vies van een goed potje walging en kokhalzen en het overvalt me dan ook op geregelde tijdstippen. Dan geef ik me over aan een ongebreideld misantropisme waarbij ik kots en schijt op alles en iedereen, niet in het minst op mezelf.
Maar het drama van de misantroop is dat hij mensen nodig heeft.
Ik geef vandaag mijn rots een tikje, ik kijk er naar : het is een lelijke rotsblok, vol met hoeken en kanten met groteske spleten en afkruimelende randen, maar het is mijn rots. Mijn trots. En ik weet dat zij hem ook mooi vindt. En dat als de helling stijl wordt we elkaar een handje zullen helpen.
Het maakt niet uit hoe vaak ik hem nog naar boven zal moeten duwen. Het maakt me niet uit hoe vaak hij nog terug rolt.
Zolang het maar mijn rots blijft. Zolang ze maar af en toe blijft meeduwen
Zolang onze rotsen maar niet vervangen worden door glad gepolijste ballen, die over een biljartvlak groen laken rollen, want dan wil ik hen met een virtuoze carambole in de verste pocket mikken en met plezier het spel beëindigen.

vrijdag 17 mei 2013

De onschendbaarheid van dieren en kinderen

Er staat opnieuw een artikel in “de morgen” omtrent het gebruik van dieren ( en zelfs kinderen) in kunst.
Blijkbaar moet één of andere rabiate dierenliefhebber binnen de redactie tijd genoeg hebben om zich te verdiepen in wat nu allemaal niet mogelijk zou mogen zijn wanneer we dieren, kinderen en artiesten samenbrengen.
De allereerste vraag die men zich zou moeten stellen is: “ wat is kunst”, waarop men al snel het antwoord schuldig zal moeten blijven. Er zijn miljoenen definities door de eeuwen heen geformuleerd , de ene al potssierlijker dan de andere , de ene al subjectiever dan de andere.
Kunst is niet te vatten in objectieve bespiegelingen omdat subjectiviteit nu net de kern uitmaakt van kunst. De appreciatie is allerindividueelst.
De Tachtigers verkondigden het reeds, bij monde van Willem Kloos kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie. Van diezelfde Kloos is ook de uitspraak “ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.”
Kunst draait dus vooral om emotie.
Het is totaal onbelangrijk of een individu of een groep een “kunstwerk” slecht vindt .
Het wordt wel bijzonder onnozel wanneer iemand gaat beweren dat iets wat door sommigen als kunst wordt bestempeld eigenlijk geen kunst is.
Zo’n een sujetten stellen zich boven alle mensen en claimen dus te kunnen bepalen dat zij alleen weten wat kunst is.
Wanneer men echter specifieert: “ IK vind dit geen kunst” dan kan ik daar mee leven. Dan wordt alles terug in proportie gebracht en stelt men dus dat in zijn allerindividueelste oordeel en naar zijn allerindividueelste mening iets geen kunst is.
Laat ons ter zake komen.
Wanneer Jan Fabre katten op de trappen van het stadhuis in Antwerpen omhoog gooit dan kan een individu gerust claimen : Ik vind dit geen kunst. Hij kan niet claimen: dit is geen kunst.
De hysterie die hier echter de zaak compliceert is deze van het dierenwelzijn en het idee dat er geen vrije keuze bestaat voor het gebruikte kunstobject, in casu een levend wezen ( kat).
Veel controverse ook rond het plaatsen van afgehakte hondenkoppen rond een onschuldig ogende baby of het inhakken op een dode hond van Koen Theys.
Dierenliefhebbers, veggie’s en ander ongein rollen kotsend van misselijkheid over de vloer voor zoveel gruwelijkheid. Het is hun volste recht.
Maar kunst is maar echt goed als ze emotie oproept en losstaande van het feit of ik dit kunst vind moet ik alvast vaststellen dat het weldegelijk emoties oproept.
Ik denk dat we de definitie van kunst zelf nog scherper kunnen stellen: hoe heviger de emotie, hoe beter de kunst.
Door de eeuwen heen zijn kunstenaars verketterd geweest. Later, vaak na hun dood, als het stof van de controverse was gaan liggen werden ze dan uiteindelijk als grote kunstenaars gezien want bleken ze eigenlijk taboedoorbrekend geweest te zijn.
Het feit dat er vandaag artikels worden geschreven over dergelijke “kunst” en het feit dat een bepaalde categorie mensen hier kostmisselijk van wordt bewijst dat het zijn “kunstig” nut heeft.
De zelfverklaarde kunstcritici van deze wereld bewijzen deze kunst dus niet alleen een grote eer, maar vooral ook een grote dienst.
Zij komen tegemoet aan de vraag die een kunstenaar en bij uitbreiding de mens universeel stelt: “ hoor mij!”; “zie mij!”; “luister naar mij!”. Er is geen grotere eer voor een kunstenaar dan dat ‘fournisseurs’ in mediocriteit hun werken walgelijk vinden. Het beklemtoont hun belang.
Slechts wanneer een zelfverklaard kunstenaar genegeerd wordt sterft samen met hem zijn kunst en wordt het geen kunstwerk meer.

donderdag 16 mei 2013

Dierenliefhebbers...

Ik heb een hekel aan honden.

Nu ik het bedenk heb ik eigenlijk een hekel aan de meeste beesten die zich in de buurt van de mens ophouden.
En ik moet hilarisch lachen met mensen die bij zo’n uitspraak dan met stelligheid gaan beweren dat wie dieren niet graag ziet ook de mensen niet graag ziet.
Het is namelijk waar.
Maar honden werken met lengte voorsprong op mijn fragiele zenuwen, op korte afstand gevolgd door met snotvalling besmette kinderen.
Er is mijns inziens op deze aarde geen dwazer beest voor te stellen als een hond.
Een aantal kynologen beschrijven de hond als een gedomesticeerde ondersoort van de wolf!
Wel dat vind ik nu nog eens grappig.
Er zijn twee woorden in deze beschrijving die veelzeggend zijn: “ondersoort” om evidente reden en gedomesticeerd.
Het laatste verdient wat uitleg. Elk beest dat zich in de geschiedenis van de mens heeft laten domesticeren heeft eigenlijk niets anders gedaan dan zich verknecht.
Hij heeft de mens als zijn meerdere in de hiërarchie erkend.
Daar wringt het schoentje.
Het mijne althans.
Beesten die zich laten domesticeren kunnen niet op mijn sympathie rekenen. Het is een nefaste evolutie die zou moeten worden omschreven als een vorm van parasitaire symbiose, waarbij de mens het beest gemakkelijk eten en onderdak verschaft, maar daarvoor in de plaats van het dier eist dat het zijn lijfeigene wordt.
De hond als anabole steroïde voor het ego.
Want zelfs al word je in de mensenwereld door niemand meer ernstig genomen, dan nog kan je er gif op innemen dat een hond gedwee zal zitten, liggen, knielen, pootjes geven of rond zijn as tollen op jouw eenvoudig commando.
Deze zekerheid is wat veel hondadepten aantrekt om zich zulks een “hijgende onderdanigheid” aan te schaffen.
Wat ik aan honden dan wel weer waanzinnig leuk vind is hun onweerstaanbare neiging om met hun neus in je kruis te poken, terwijl ze er zwaar snuivend kwijlplekken op achterlaten.
Je kent de situatie ongetwijfeld wel. Uitgenodigd op een feestje bij vrienden sta je in een groepje lustig te keuvelen tot de hond des huizes losgebroken uit de master bedroom zich vierklauwens toegang verschaft tot de feestruimte. Wild kwispelend stoot hij één en ander omver en stormt vervolgens resoluut af op één van de gasten.
Terwijl het bazinnetje al hysterisch schreeuwend de legio namen scandeert, als daar zijn: “ Blakkie, Lassie of Fifi godbetert” ploft deze schurftige degeneratie zijn natte neus in de schaamstreek van het slachtoffer.
Iedereen denkt onmiddellijk hetzelfde: “ waarom ruikt dat beest nu precies daar?”
Het slachtoffer beseft onmiddellijk dat hij zich in de onverkwikkelijke situatie bevindt waarbij zijn medegasten hem of haar er van verdenken een sterk ruikend geslacht te hebben.
Kijk de tranen schieten mij nu nog in de ogen wanneer ik mij het tafereel voorstel.
Iedereen gegeneerd , de gastvrouw niet in het minst. Want aangezien haar trouwe vriend een verlenging is van haar eigen ego lijkt het wel of ze zelf schaamteloos haar neus tegen de foef of de charel van een gast aandrukt.
En hoewel ze dat in sommige gevallen misschien zelfs wel zou willen is het niet de bedoeling dat dit door iedereen kan worden opgemerkt.
Meestal mompelt ze ook nog zo iets als: dat doet hij bij ons nu nooit hé!
Als ik zelf het slachtoffer wordt van dergelijke aanranding maak ik er een erezaak van luid op te merken:” inderdaad Blakkie, hij is nog niet zo lang geleden gebruikt voor die zaken waar jouw baasje tegenwoordig op verplaatsing gaat spelen de opmerking van het bazinnetje daarnet indachtig.”