donderdag 16 mei 2013

Dierenliefhebbers...

Ik heb een hekel aan honden.

Nu ik het bedenk heb ik eigenlijk een hekel aan de meeste beesten die zich in de buurt van de mens ophouden.
En ik moet hilarisch lachen met mensen die bij zo’n uitspraak dan met stelligheid gaan beweren dat wie dieren niet graag ziet ook de mensen niet graag ziet.
Het is namelijk waar.
Maar honden werken met lengte voorsprong op mijn fragiele zenuwen, op korte afstand gevolgd door met snotvalling besmette kinderen.
Er is mijns inziens op deze aarde geen dwazer beest voor te stellen als een hond.
Een aantal kynologen beschrijven de hond als een gedomesticeerde ondersoort van de wolf!
Wel dat vind ik nu nog eens grappig.
Er zijn twee woorden in deze beschrijving die veelzeggend zijn: “ondersoort” om evidente reden en gedomesticeerd.
Het laatste verdient wat uitleg. Elk beest dat zich in de geschiedenis van de mens heeft laten domesticeren heeft eigenlijk niets anders gedaan dan zich verknecht.
Hij heeft de mens als zijn meerdere in de hiërarchie erkend.
Daar wringt het schoentje.
Het mijne althans.
Beesten die zich laten domesticeren kunnen niet op mijn sympathie rekenen. Het is een nefaste evolutie die zou moeten worden omschreven als een vorm van parasitaire symbiose, waarbij de mens het beest gemakkelijk eten en onderdak verschaft, maar daarvoor in de plaats van het dier eist dat het zijn lijfeigene wordt.
De hond als anabole steroïde voor het ego.
Want zelfs al word je in de mensenwereld door niemand meer ernstig genomen, dan nog kan je er gif op innemen dat een hond gedwee zal zitten, liggen, knielen, pootjes geven of rond zijn as tollen op jouw eenvoudig commando.
Deze zekerheid is wat veel hondadepten aantrekt om zich zulks een “hijgende onderdanigheid” aan te schaffen.
Wat ik aan honden dan wel weer waanzinnig leuk vind is hun onweerstaanbare neiging om met hun neus in je kruis te poken, terwijl ze er zwaar snuivend kwijlplekken op achterlaten.
Je kent de situatie ongetwijfeld wel. Uitgenodigd op een feestje bij vrienden sta je in een groepje lustig te keuvelen tot de hond des huizes losgebroken uit de master bedroom zich vierklauwens toegang verschaft tot de feestruimte. Wild kwispelend stoot hij één en ander omver en stormt vervolgens resoluut af op één van de gasten.
Terwijl het bazinnetje al hysterisch schreeuwend de legio namen scandeert, als daar zijn: “ Blakkie, Lassie of Fifi godbetert” ploft deze schurftige degeneratie zijn natte neus in de schaamstreek van het slachtoffer.
Iedereen denkt onmiddellijk hetzelfde: “ waarom ruikt dat beest nu precies daar?”
Het slachtoffer beseft onmiddellijk dat hij zich in de onverkwikkelijke situatie bevindt waarbij zijn medegasten hem of haar er van verdenken een sterk ruikend geslacht te hebben.
Kijk de tranen schieten mij nu nog in de ogen wanneer ik mij het tafereel voorstel.
Iedereen gegeneerd , de gastvrouw niet in het minst. Want aangezien haar trouwe vriend een verlenging is van haar eigen ego lijkt het wel of ze zelf schaamteloos haar neus tegen de foef of de charel van een gast aandrukt.
En hoewel ze dat in sommige gevallen misschien zelfs wel zou willen is het niet de bedoeling dat dit door iedereen kan worden opgemerkt.
Meestal mompelt ze ook nog zo iets als: dat doet hij bij ons nu nooit hé!
Als ik zelf het slachtoffer wordt van dergelijke aanranding maak ik er een erezaak van luid op te merken:” inderdaad Blakkie, hij is nog niet zo lang geleden gebruikt voor die zaken waar jouw baasje tegenwoordig op verplaatsing gaat spelen de opmerking van het bazinnetje daarnet indachtig.”







Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.