Mijn rots
Ik las het als de laatste zinnen in het boek " Absurde overvloed" van Michael Foley:
" Maar dan doorstroomt ineens de glorie van de mens- tegendraadsheid-zijn ziel met een bedwelmende grimmigheid en ergernis. Hij kan weerstaan. Hij kan weigeren. Hij kan nee zeggen. Of liever, hij kan vol arrogantie en nederigheid , rebellie en aanvaarding , absurditeit en geluk, met een liefkozende tik zeggen: ' Dit is mijn rots'
Voor diegenen die het boek niet gelezen hebben: het gaat hier om beeldspraak waarin de "Sisyphus arbeid" gebruikt wordt om aan te tonen dat niemand kan ontkomen aan "de marteling van de keuze"
"Arbeid maakt niet vrij" stelt Foley bij monde van zijn Goden.
Het feit dat een mens kan kiezen voor zijn rots met al zijn onvolkomenheden en de onontkoombare fataliteit dat het werk van hem naar boven op de berg te rollen nooit gedaan is geeft de mens de keuze.
Men kan rebelleren en kwaad worden , zich verzetten terwijl men het absurde gevoel van controle over zijn eigen leven en dat van anderen blijft nazoeken of men kan bij het uitoefenen van zijn "Sisyphus arbeid" gewoonweg erkennen dat dit het is. As good as it gets.
Ik vind dat mooi.
Het is niet nieuw, want het werd in het Boeddhisme duizend jaar geleden reeds gepredikt, maar ik vind de beeldspraak mooi.
Toen Sartre schreef: " Het woord Absurditeit vloeit vanzelf uit mijn pen" in zijn boek "De Walging" gebruikte hij dat gevoel om zich metafysisch kokhalzend leeg te schrijven. Het levert een donker en cynisch meesterwerk op dat de tand des tijds moeiteloos doorstaat.
Men kan als mens inderdaad de banaliteit van zijn leven en de gewone dingen die er deel vanuit maken walgelijk vinden omdat ze ons onvermijdelijk confronteren met zinloosheid.
We gaan er vanuit dat we er ooit zouden kunnen aan ontsnappen mochten we de juiste sleutel vinden of lang genoeg zoeken. Het is dit najagen van zo'n hersenschimmen en het onvermijdelijke falen dat ermee gepaard gaat dat ons doet walgen.
Er is echter slechts één remedie. Slechts één medicijn.
Liefde: de onvoorwaardelijke overgave aan de onvolkomenheden van elkanders rotsblok.
Ik ben niet vies van een goed potje walging en kokhalzen en het overvalt me dan ook op geregelde tijdstippen. Dan geef ik me over aan een ongebreideld misantropisme waarbij ik kots en schijt op alles en iedereen, niet in het minst op mezelf.
Maar het drama van de misantroop is dat hij mensen nodig heeft.
Ik geef vandaag mijn rots een tikje, ik kijk er naar : het is een lelijke rotsblok, vol met hoeken en kanten met groteske spleten en afkruimelende randen, maar het is mijn rots. Mijn trots. En ik weet dat zij hem ook mooi vindt. En dat als de helling stijl wordt we elkaar een handje zullen helpen.
Het maakt niet uit hoe vaak ik hem nog naar boven zal moeten duwen. Het maakt me niet uit hoe vaak hij nog terug rolt.
Zolang het maar mijn rots blijft. Zolang ze maar af en toe blijft meeduwen
Zolang onze rotsen maar niet vervangen worden door glad gepolijste ballen, die over een biljartvlak groen laken rollen, want dan wil ik hen met een virtuoze carambole in de verste pocket mikken en met plezier het spel beëindigen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.