maandag 7 september 2015

Tweestromenland




Alsof de duivel ermee gemoeid was explodeerde de zomer
Ik kreeg de letters niet meer op een rij waardoor zinnen verhaspeld op papier gestrooid werden.
Het vergeten was zo lang
Nooit bespeur je meer leegte dan wanneer mensen vierklauwens het land ontvluchten en slechts achterlaten wat ze nooit hebben kunnen grijpen
Inheemse zomers die lange traagheid verhullen
Ochtenden met lome zonneschijn , nog lauwwarm van een niet afgekoelde nacht en middagen in tsjirpende hitte.
Enkele schaterende kinderen in achtergebleven gezinnen.
Weemoedig vullen zij de zinderende lucht
Mijn bewegen wordt stroperig en denken lukt niet meer
Het lege huis met fiere stoelen wacht lang. Terwijl het stof sneeuwt worden hun schouders grijs.
Het nieuws is gaan liggen .
Haar stem breekt als ze volloopt met mensen gevlucht voor zichzelf
En in die vertraagde tijd ,als seconden achterwaarts tikken, schuilt essentie.
Hand voor hand , vinger voor vinger en toets voor toets schrijf ik leven.
De illusie van gewoonte
De remedie tegen een ratelend hart
Maar als de herfst dan neerwaait in het regenland waar de stilte van de zomer echoot in de vochtige ogen van haar vuile plassen roept reeds de kilte van de winter.
In haar  streling ligt de waarheid .
Een stroom bereikt de oevers van ons ongemak.

Reikhalzend verlangen we dan naar de zomer waar we weer kunnen wegvluchten van onze schaterende eenzaamheid tegen de stroom in van zij die het geluk zoeken