zondag 27 augustus 2017

Ochtend



Als de ochtend 
Mijn nachtelijke onvermogen wegstreelt
De dag haar dagen
Verder telt

Als het ver na tijd is
heb je het duister ingeademd,
haar zachtjes uit haar hengsels gelicht,
de kamer ongewild verlicht


Dan reikt mijn hand naar je schouder 
Je prevelt koele nevels
Met vredige rug gekeerd,
Tegen het sluipende begin

Mijn redder in geluk
Enkel met jouw 
Wil ik herbeginnen
Elke keer 
Weer

zondag 14 mei 2017

14 mei

We kunnen nooit meer terug naar die bange, dribbelende stapjes
Op weg naar wijd open armen
En schaterende ogen vol beloftes
Vervuld  van kussen en ach-ootjes
Je voelt haar trots ratelen in je borst
Hoog boven kadert het immense raam de wolkeloze hemel in
De tijd verstilt in het kodakkleurige licht
Terwijl je moed welgemikt haar armen vindt

In een cirkel van rust
Heeft  ze toen,
teder jouw ogen dicht gekust.

zondag 5 maart 2017

Alleen strijd is schoonheid. Geen meesterwerk zonder agressiviteit


Wij verklaren dat de glans van de wereld zich met een nieuwe schoonheid heeft verrijkt: de schoonheid der snelheid. Een racewagen die vooruitschiet op kruit, versierd met grote pijpen als slangen met ontploffende adem, is mooier dan de Nike van Samothrake.''Wij willen zingen van de grote massa's in arbeid, vreugde en opstand, van de kleur- en klankrijke branding der revoluties in de moderne hoofdsteden, van de nachtelijke trillingen van de dokken onder stralende elektrische manen; van vraatzuchtige stations die rokende slangen opslorpen; van fabrieken die met hun schoorstenen aan de wolken hangen, van bruggen die gymnastisch over rivieren springen, schitterend in de zon als blikkerende messen; van avontuurlijke stoomschepen die de horizon ruiken, van breedgeschouderde locomotieven en van de glijdende vlucht der vliegtuigen, waarvan de propeller wappert als een vlag in de wind en applaudisseert als een enthousiaste menigte.

Alleen strijd is schoonheid. Geen meesterwerk zonder agressiviteit.

Filippo Tommaso Marinetti.

woensdag 4 januari 2017

We’ll Go No More A-Roving

So, we’ll go no more a-roving
So late into the night,
Though the heart be still as loving,
And the moon be still as bright.
For the sword outwears its sheath,
And the soul wears out the breast,
And the heart must pause to breathe,
And love itself have rest.
Though the night was made for loving,
And the day returns too soon,
Yet we’ll go no more a-roving
By the light of the moon.

Lord Byron