Gelukkig zijn er geen winnaars meer,
magere verliezers van het loze woord!
Aanschouw de verfijnde zeden,
die zij onbarmhartig ontweien.
De longen hangen moedeloos laag,
verloren in een onderbuik.
Met glazen ogen, gevuld
met brak water,
kijkt het,
leeg, vol van memorie.
En stilaan verwezen de dwaze gedachten,
versmoort de emotie,
in slaapliederenzachte belemmering.
Lui volk mort niet,
het volgt,
Piemelnaakt.