Op dagen waar schamele machtswellust zich aan de buitenwacht presenteert
Waar kleine ideeën komen sterven op de mestvaalt van doodgeboren briljantie
terwijl de zondagochtend zachtjes haar nacht prijsgeeft
Op dagen waar de zon liever wat wacht om door het wolkendek te priemen
want ze haar gloren eerder bewaart voor stralendere occasies
Ga ik lopen langs de wandelpaden van het welgemutste gehucht
Waar geen honger geleden wordt
Waar geen donkere nomaden zich vergrijpen aan blanke vrouwen
En ik zwaai bij elke bocht
Naar oma
,gekluisterd door versuikerende tenen,
aan haar doorgezeten fauteuille
Met grijze staar
bekijkt ze het leven
doorheen een oude PET-fles bodem
Achter haar gekraakte rug
Mompelt het flikkerende scherm
Rood, geel, blauw en groene strepen